- Alle Produkte
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladverliezend
- SPIRAEA 'DOUGLASII'
- Bladverliezend
Douglasspirea (Spiraea douglasii) is een bladverliezende struik met een dichte, rechtopgaande groei. Van juli tot september verschijnen langwerpige, donkerroze bloempluimen boven het middengroene blad. De bloemen worden bezocht door bestuivende insecten.
De struik groeit bij voorkeur in de zon of halfschaduw, op een frisse tot vochtige bodem. Een neutrale tot zure grond is het meest geschikt; op sterk kalkhoudende grond ontwikkelt de plant zich minder goed. Door zijn voorkeur voor vochtige omstandigheden kan hij worden toegepast langs oevers en op andere plaatsen waar de bodem niet langdurig uitdroogt.
Spiraea douglasii vormt worteluitlopers en kan daardoor geleidelijk een brede, dichte groep ontwikkelen. Dat is nuttig voor een informele haag, een ruime groepsbeplanting of het vastleggen van een vochtige talud, maar vraagt begrenzing wanneer de beschikbare ruimte beperkt is. Snoei wordt goed verdragen; oudere struiken kunnen aan het einde van de winter worden teruggezet om de groei te verjongen of de omvang te beperken.
Ja. Douglasspirea vormt worteluitlopers en kan op geschikte, vochtige grond geleidelijk een brede groep ontwikkelen. Voor een natuurlijke beplanting, informele haag of oever is dat vaak gewenst. In een kleine border kan de uitbreiding te sterk worden. Verwijder daar regelmatig uitlopers aan de rand van de plant of gebruik een duidelijke wortelbeperking. Controle is vooral nodig wanneer de struik naast minder groeikrachtige planten staat.
Douglasspirea is geschikt voor een vochtige vijverrand waar de bodem fris tot vochtig blijft. De standplaats mag echter niet voortdurend diep onder water staan. Plant hem bij voorkeur op de hogere oeverzone, met voldoende ruimte voor de worteluitlopers. Op een zonnige plaats is de bloei doorgaans het rijkst, maar lichte halfschaduw wordt eveneens verdragen.
Sterk kalkhoudende grond is minder geschikt. Douglasspirea groeit het best in een neutrale tot zure bodem die voldoende vocht vasthoudt. Op kalkrijke grond kan de groei achterblijven. Kies bij uitgesproken kalkrijke omstandigheden liever een struik die daar van nature beter mee overweg kan; het plaatselijk toevoegen van zure potgrond biedt meestal geen duurzame oplossing.
Een verouderde of te brede struik kan aan het einde van de winter worden teruggezet. Douglasspirea verdraagt stevige snoei en loopt daarna opnieuw uit. Wie alleen de omvang wil beperken, kan overtollige takken en worteluitlopers selectief verwijderen. Uitgebloeide pluimen mogen worden weggeknipt, maar dit is niet noodzakelijk voor het behoud van de plant.
De soort is bruikbaar voor een losse, informele haag op frisse tot vochtige grond. De rechtopgaande twijgen en worteluitlopers vormen na verloop van tijd een dicht geheel. Voor een strak geschoren haag is douglasspirea minder geschikt, omdat de zomerbloei dan grotendeels verloren kan gaan en de plant van nature zijwaarts uitbreidt. Voorzie daarom voldoende breedte en houd uitlopers langs paden of perceelsgrenzen onder controle.