- Alle Produkte
- Sierplanten
- Bomen
- Meerstammige
- SOPHORA JAPONICA MEERSTAM
- Meerstammige
De Japanse honingboom (Styphnolobium japonicum, syn. Sophora japonica) ontwikkelt als meerstammige boom een brede, open kroon. De stammen en gesteltakken blijven van onderaan zichtbaar, waardoor deze vorm vooral tot zijn recht komt als solitaire boom met voldoende ruimte.
Het samengestelde, frisgroene blad bestaat uit talrijke kleine deelblaadjes. Groene twijgen met lichte lenticellen geven ook buiten de bloeiperiode een herkenbaar beeld. In de herfst verkleurt het blad geel voordat het afvalt.
Oudere bomen kunnen in augustus en september losse, crèmewitte bloempluimen dragen. De bloemen leveren laat in het seizoen nectar voor bijen. Jonge exemplaren bloeien doorgaans nog niet; het kan meerdere jaren duren voordat de eerste duidelijke bloei verschijnt.
Plant deze honingboom bij voorkeur op een warme, zonnige plaats in goed doorlatende grond. Een goed ingewortelde boom verdraagt tijdelijke droogte, maar langdurig natte bodem is minder geschikt. Een beschutte standplaats is aangewezen, omdat jonge twijgen bij strenge vorst kunnen invriezen en de kroon matig bestand is tegen harde wind.
Snoei is gewoonlijk beperkt tot het verwijderen van beschadigde of verkeerd geplaatste takken. Correcties gebeuren het best tijdens de zomer. Houd bij de aanplant rekening met de brede kroonontwikkeling en de uiteindelijke omvang van de soort.
De Japanse honingboom begint meestal pas op latere leeftijd te bloeien. Een gezond jong exemplaar kan daarom jarenlang uitsluitend blad en takken vormen. Ook de standplaats beïnvloedt de bloei: op een warme plek in de volle zon is de kans op bloemvorming groter dan in de schaduw. Vermijd bovendien een te stikstofrijke bemesting, omdat die vooral sterke blad- en takgroei stimuleert. Het uitblijven van bloemen bij een jonge boom wijst dus niet noodzakelijk op een teeltprobleem.
Voorzie voldoende vrije ruimte rond de boom, want de meerstammige vorm ontwikkelt een brede, open kroon. Hij is minder geschikt voor een smalle voortuin of een plek vlak naast een gevel. De exacte omvang hangt af van bodem, standplaats, leeftijd en eventuele begeleidingssnoei, maar de soort kan uiteindelijk een forse boom worden. Kies daarom een plaats waar zowel de stammen als de kroon vrij kunnen uitgroeien. Zo blijft de natuurlijke meerstammige structuur het best zichtbaar.
Ja, een goed ingewortelde Japanse honingboom verdraagt tijdelijke droge periodes. Tijdens de eerste jaren na aanplant is regelmatig water geven wel belangrijk, vooral op zandgrond en tijdens langdurige zomerdroogte. De bodem moet voldoende doorlatend zijn, maar mag rond een pas geplante boom niet volledig uitdrogen. Een mulchlaag helpt om vocht vast te houden. Voortdurend natte of slecht drainerende grond is minder geschikt dan een bodem die na regen opnieuw kan verluchten.
Een open plek met voortdurend harde wind is niet de beste keuze. De kroon van de Japanse honingboom is slechts matig windbestendig en jonge twijgen kunnen tijdens koude winters beschadigd raken. Kies in België bij voorkeur een warme standplaats die beschut is tegen koude oostenwind. Op een normale tuinlocatie met enige bescherming kan de boom goed groeien. Voor sterk windbelaste tuinen of volledig open landschappen zijn soorten met een hogere windtolerantie doorgaans geschikter.
Beperk de snoei tot het verwijderen van dode, beschadigde, kruisende of ongewenst laag groeiende takken. Grote vormcorrecties zijn meestal niet nodig en kunnen de natuurlijke meerstammige groei verstoren. Snoei bij voorkeur tijdens de zomer, wanneer snoeiwonden vlotter herstellen. Verwijder nooit in één beurt een groot deel van de kroon. Controleer vooraf welke stammen bepalend zijn voor de vorm en behoud een evenwichtige verdeling van de hoofdtakken.