- Alle Produkte
- Sierplanten
- Conifeer
- SEQUOIA SEMPERVIRENS 'ADPRESSA'
- Conifeer
Sequoia sempervirens 'Adpressa' onderscheidt zich door zijn compacte, trage groei en opvallend lichte scheuttoppen. De jonge groei is roomwit en steekt duidelijk af tegen de oudere, grijsgroene naalden. De plant blijft het hele jaar groen.
Deze cultivar groeit veel beperkter dan de gewone kustmammoetboom, maar is geen miniatuurconifeer. Een ouder exemplaar kan nog meerdere meters hoog worden. Geef hem daarom voldoende ruimte en gebruik hem bij voorkeur als solitaire conifeer.
'Adpressa' groeit het best in de zon of halfschaduw, op een humusrijke, lichtzure bodem die voldoende vochthoudend maar goed doorlatend is. Langdurige droogte en een natte, slecht verluchte ondergrond zijn minder geschikt.
De winterhardheid is beperkter dan bij veel gangbare tuinconiferen. Vooral jonge planten kunnen tijdens strenge vorst schade oplopen. Een beschutte standplaats en bescherming tegen koude, uitdrogende wind zijn daarom aangewezen. Snoei is doorgaans niet nodig; verwijder alleen beschadigde of storende takken.
'Adpressa' blijft veel kleiner en groeit aanzienlijk trager dan de gewone kustmammoetboom, maar het is geen conifeer die blijvend laag blijft. Een ouder exemplaar kan na vele jaren nog meerdere meters hoog worden. Houd hiermee rekening bij de keuze van de plantplaats en geef de plant voldoende ruimte om zich zonder zware snoei te ontwikkelen. De uiteindelijke afmetingen hangen mede af van bodem, vochtvoorziening, standplaats en ouderdom.
Nee. De roomwitte jonge scheuttoppen zijn een kenmerkende eigenschap van Sequoia sempervirens 'Adpressa' en vormen het belangrijkste verschil met de gewone soort. Ze contrasteren met de oudere, grijsgroene naalden. Bruine, verdroogde of broze scheuten wijzen daarentegen wel op mogelijke vorst-, droogte- of wortelschade. Controleer in dat geval of de bodem niet langdurig droog of juist te nat is.
De cultivar kan in België worden aangeplant, maar is minder winterhard dan veel courante coniferen. Vooral jonge planten zijn gevoelig voor strenge vorst en koude, uitdrogende wind. Kies daarom een beschutte standplaats en vermijd vorstgevoelige laagtes. Een mulchlaag helpt om sterke temperatuurschommelingen rond de wortels te beperken. Bescherming tijdens de eerste winters kan aangewezen zijn op koudere of open locaties.
Een humusrijke, lichtzure en gelijkmatig vochthoudende bodem is het meest geschikt. De grond moet tegelijk voldoende doorlatend zijn, want langdurig stilstaand water beperkt de zuurstoftoevoer naar de wortels. Op droge zandgrond is tijdens langere droge perioden extra water nodig, zeker in de eerste jaren na aanplant. Sterk kalkrijke grond is minder geschikt voor deze zuurminnende conifeer.
Regelmatige snoei is niet nodig. Laat de conifeer bij voorkeur zijn natuurlijke groeiwijze behouden en verwijder alleen dode, beschadigde of storende takken. Zware snoei in ouder hout wordt beter vermeden, omdat kale delen niet altijd voldoende opnieuw uitlopen. Kies vanaf het begin een plaats met genoeg ruimte; zo hoeft de plant later niet door ingrijpende snoei binnen de gewenste afmetingen gehouden te worden.