- Alle Produkte
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- SANGUISORBA MINOR
- Vaste planten
Kleine pimpernel (Sanguisorba minor) combineert de eigenschappen van een vaste plant met die van een keukenkruid. De fijn geveerde bladeren staan hoofdzakelijk in een lage rozet. Bij kneuzing verspreiden ze een frisse komkommergeur. Jong blad kan vers worden verwerkt in salades, kruidenmengsels en koude sauzen.
Van mei tot juli verschijnen slanke bloemstelen met kleine, ronde bloemhoofdjes. De gedempte combinatie van groen en rood geeft de plant een natuurlijke uitstraling, eerder dan een uitgesproken kleurrijke bloei. Inclusief bloemstelen wordt kleine pimpernel doorgaans ongeveer 30 tot 70 cm hoog.
Standplaats en bodem
Sanguisorba minor groeit het best in de zon op een droge tot matig vochtige, goed doorlatende bodem. Een kalkhoudende of neutrale grond geniet de voorkeur. Lichte halfschaduw wordt verdragen, maar op een zonnige en niet te voedselrijke plaats blijft de groei doorgaans compacter.
Vermijd langdurig natte grond. Eenmaal goed ingeworteld kan kleine pimpernel tijdelijke droge periodes goed doorstaan. Daardoor is de soort bruikbaar in kruidentuinen, natuurlijke borders en beplantingen op een schrale, zonnige bodem.
Ja. Vooral het jonge blad van kleine pimpernel wordt als keukenkruid gebruikt. Het heeft een frisse, licht nootachtige smaak die aan komkommer doet denken. Gebruik de blaadjes bij voorkeur vers en fijngehakt in salades, koude sauzen, kruidenboter of gerechten met zachte kaas. Oogst bij voorkeur vóór of tijdens het begin van de bloei, wanneer het blad nog mals is. Gebruik alleen planten waarvan de identiteit zeker is en die niet met ongeschikte gewasbeschermingsmiddelen behandeld zijn.
Ja. Kleine pimpernel is goed aangepast aan droge, zonnige groeiplaatsen, op voorwaarde dat de bodem voldoende doorlatend is. De droogtetolerantie neemt toe zodra de plant goed is ingeworteld. Tijdens de eerste groeiperiode blijft regelmatig water geven aangewezen, zeker na een voorjaars- of zomeraanplant. Langdurig natte grond is minder geschikt dan tijdelijke droogte. Op zware grond kan een verhoogde standplaats of een betere bodemstructuur helpen om overtollig water sneller af te voeren.
Kleine pimpernel heeft een duidelijke voorkeur voor een neutrale tot kalkhoudende bodem. De plant komt het best tot ontwikkeling op grond die niet zuur, niet te voedselrijk en goed doorlatend is. Extra kalk toevoegen is niet automatisch nodig: laat bij twijfel eerst de zuurtegraad van de bodem beoordelen. Op uitgesproken zure grond is deze soort minder op haar plaats. Een schrale leem-, zandleem- of steenachtige bodem sluit doorgaans beter aan bij haar natuurlijke groeivoorkeur.
Het blad van kleine pimpernel blijft hoofdzakelijk in een lage rozet. Tijdens de bloei verschijnen daarboven slanke stelen, waardoor de totale hoogte doorgaans ongeveer 30 tot 70 cm bedraagt. De uiteindelijke hoogte hangt mee af van de bodem: op rijkere en vochtigere grond kunnen de bloemstelen langer worden, terwijl de plant op een schrale, zonnige plaats compacter blijft. Houd bij het combineren met andere planten daarom rekening met het verschil tussen de lage bladmassa en de hogere, luchtige bloei.
Lichte halfschaduw wordt verdragen, maar een zonnige standplaats heeft de voorkeur. In voldoende zon blijft de groei doorgaans steviger en sluit de standplaats beter aan bij de behoefte aan een warme, eerder droge bodem. Vermijd diepe schaduw en plaatsen waar de grond lang nat blijft. In halfschaduw is vooral een open, goed doorlatende bodem belangrijk. Onder dicht bebladerde bomen of struiken krijgt de plant vaak te weinig licht om zich evenwichtig te ontwikkelen.