- Alle Produkte
- Sierplanten
- Bodembedekkers
- SAGINA SUBULATA 'AUREA'
- Bodembedekkers
Sagina subulata 'Aurea' onderscheidt zich door haar zeer lage, zodevormende groei en fijne goudgele tot geelgroene bladeren. De plant wordt doorgaans niet hoger dan 5 tot 10 cm en vormt geleidelijk een dicht tapijt. Kleine witte bloemen verschijnen vooral van mei tot juli.
Deze vetmuur kan worden gebruikt als bodembedekker op kleine oppervlakken, in rotstuinen en in voldoende brede voegen tussen stapstenen. Voor intensief belopen paden is de plant minder geschikt.
Standplaats en bodem
Sagina subulata 'Aurea' groeit in de zon of halfschaduw. Een frisse, goed doorlatende bodem is belangrijk: langdurige droogte remt de groei, terwijl stilstaand wintervocht uitval kan veroorzaken. Op een warme plek in volle zon moet de grond voldoende vochthoudend blijven.
Ja, op voorwaarde dat de voegen voldoende breed zijn en met doorlatende, vochthoudende grond zijn gevuld. Deze lage cultivar groeit geleidelijk over de open ruimte en blijft vrijwel vlak. Hij verdraagt echter geen intensieve betreding zoals een gazon of veelgebruikt tuinpad. Gebruik hem daarom vooral tussen stapstenen waar slechts af en toe op de plant wordt gestapt. In smalle, snel uitdrogende voegen kan tijdens warme perioden extra water nodig zijn.
Alleen op kleine oppervlakken waar nauwelijks wordt gelopen. De plant vormt een lage, mosachtige mat, maar verdraagt intensief gebruik en herhaald belopen minder goed dan gras. Daarnaast vraagt hij een gelijkmatig frisse bodem; op droge zandgrond of een hete plek kan het tapijt openvallen. Sagina subulata 'Aurea' is daarom vooral geschikt als visuele gazonvervanger in kleine siervakken, rotstuinen en rustige zones tussen stapstenen.
Bruine of open plekken ontstaan vaak door uitdroging, stilstaand vocht of sterke concurrentie van omliggende planten. De fijne, oppervlakkige begroeiing reageert snel wanneer de bodem langdurig uitdroogt. Een constant natte bodem is evenmin geschikt, vooral tijdens de winter. Plant vetmuur daarom in doorlatende grond die niet volledig uitdroogt. Verwijder afgevallen bladeren en grof tuinafval tijdig, omdat een gesloten laag het lage gewas kan verstikken.
In de halfschaduw blijft het blad doorgaans geelgroen, maar bij weinig licht kan de kleur groener worden. Op een lichtere standplaats komt de goudgele tint beter naar voren. Een hete plek in volle zon is alleen geschikt wanneer de bodem voldoende fris blijft. De beste balans tussen bladkleur en groei wordt meestal bereikt met zon of lichte halfschaduw, zonder langdurige uitdroging.
De plant breidt zich kruipend uit tot een lage mat, maar de snelheid hangt sterk af van bodemvocht, licht en plantafstand. Op een frisse, doorlatende bodem sluiten afzonderlijke planten merkbaar beter aan dan op droge of verdichte grond. Voor een gelijkmatig resultaat is het belangrijk dat onkruid tijdens de vestiging wordt verwijderd. Omdat de plant slechts enkele centimeters hoog wordt, kan hij moeilijk concurreren met krachtig groeiende wortelonkruiden of hoge vaste planten.