- Alle Produkte
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladverliezend
- RHUS TYPHINA
- Bladverliezend
De fluweelboom (Rhus typhina) groeit doorgaans als een brede, grillig vertakte struik of kleine boom. De jonge roodbruine twijgen zijn dicht en zacht behaard. Samen met de open takstructuur zorgen ze ook na de bladval voor een herkenbaar wintersilhouet.
De grote, geveerde bladeren zijn in de zomer groen en verkleuren in de herfst opvallend geel, oranje, rood tot purperrood. In juni en juli verschijnen opstaande pluimen met kleine groengele bloemen. Rhus typhina is tweehuizig: alleen vrouwelijke planten vormen na bestuiving de kenmerkende donkerrode vruchtpluimen. Omdat het geslacht van een zaailing niet altijd vooraf bekend is, kan vruchtdracht niet bij ieder exemplaar worden gegarandeerd.
Plant de fluweelboom bij voorkeur in de zon, op een goed doorlatende bodem. Hij groeit ook op relatief arme grond en verdraagt droge perioden zodra hij voldoende is ingeworteld. Langdurig natte, slecht doorlatende grond is minder geschikt. Door het grote blad is een sterk aan wind blootgestelde standplaats niet de beste keuze.
Een belangrijk aandachtspunt is de vorming van worteluitlopers. De plant kan hierdoor na verloop van tijd een bredere groep vormen en vraagt voldoende ruimte rond de standplaats. Verwijder ongewenste uitlopers tijdig wanneer de fluweelboom als afzonderlijke struik of kleine boom moet blijven groeien.
Ja. Rhus typhina kan vanuit het oppervlakkige wortelstelsel nieuwe scheuten vormen, soms op enige afstand van de oorspronkelijke plant. Op een ruime standplaats kan zo een brede struikgroep ontstaan. Wie de fluweelboom als afzonderlijke struik of kleine boom wil behouden, verwijdert ongewenste uitlopers best zodra ze verschijnen. Uitgraven is doeltreffender dan alleen bovengronds afknippen. Plaats de plant niet vlak naast kleine borders, kwetsbare verharding of zones waar uitbreiding moeilijk te beheren is.
Nee. Rhus typhina is tweehuizig, wat betekent dat mannelijke en vrouwelijke bloemen op afzonderlijke planten voorkomen. Alleen vrouwelijke exemplaren kunnen de karakteristieke rode vruchtpluimen vormen en daarvoor is bestuiving door een mannelijke plant nodig. Bij planten waarvan het geslacht niet vooraf geselecteerd is, kan de aanwezigheid van vruchten daarom niet worden gegarandeerd. De herfstverkleuring, behaarde twijgen en grillige groeiwijze zijn niet afhankelijk van het geslacht.
Alleen wanneer voldoende ruimte beschikbaar is en de worteluitlopers regelmatig worden beheerd. De fluweelboom blijft meestal beperkt tot een grote struik of kleine boom, maar groeit breed en kan via wortelopslag nieuwe scheuten vormen. In een smalle, dicht beplante border kan hij daardoor andere planten verdringen. Een open plantvak waar de grillige vorm zichtbaar blijft en waar uitlopers bereikbaar zijn, is geschikter. Voor een onderhoudsarme kleine tuin bestaan compacter groeiende alternatieven.
De fluweelboom groeit het best op een goed doorlatende bodem in de zon. Zandige, lemige en relatief voedselarme grond worden doorgaans goed verdragen. Na het inwortelen kan de plant tijdelijke droogte aan, al blijft water geven tijdens langdurige droogte in de eerste jaren belangrijk. Vermijd vooral een bodem waarin water lang rond de wortels blijft staan. Een zware grond moet voldoende structuur en afwatering hebben voordat Rhus typhina wordt aangeplant.
Een vaste jaarlijkse snoei is niet noodzakelijk. Verwijder vooral beschadigde, kruisende of ongewenste takken en neem worteluitlopers tijdig weg. Sterke snoei kan krachtige nieuwe scheuten uitlokken en de natuurlijke, open groeiwijze verstoren. Wanneer verjonging nodig is, kan een deel van de oudere takken geleidelijk worden verwijderd in plaats van de volledige plant ineens terug te zetten. Draag bij het snoeien bij voorkeur handschoenen, omdat het plantensap bij gevoelige personen huidirritatie kan veroorzaken.