- Alle Produkte
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladverliezend
- RHAMNUS CATHARTICA
- Bladverliezend
Wegedoorn (Rhamnus cathartica) groeit uit tot een forse, breed vertakte struik of kleine boom. De twijgen eindigen vaak in een korte doorn, waardoor de plant bruikbaar is in een losse, natuurlijke haag. Het groene blad verkleurt geel in de herfst en valt daarna af.
In mei verschijnen kleine, groengele bloemen. Mannelijke en vrouwelijke bloemen staan doorgaans op afzonderlijke planten. Alleen vrouwelijke exemplaren vormen de ronde vruchten, waarbij een mannelijke plant in de omgeving nodig is voor bestuiving. De vruchten kleuren in het najaar glanzend zwart. Ze worden door vogels gegeten, maar zijn voor menselijke consumptie ongeschikt en kunnen sterke maag- en darmklachten veroorzaken.
Deze inheemse soort past vooral in gemengde hagen, struwelen, bosranden en grotere natuurlijke tuinen. De bloemen leveren voedsel aan insecten, terwijl het dichte takkenstelsel beschutting biedt aan kleine dieren.
Standplaats en bodem
Wegedoorn groeit in zon tot halfschaduw en heeft een voorkeur voor een kalkhoudende, goed doorlatende bodem. Zowel zand-, leem- als kleigrond is bruikbaar zolang langdurig natte omstandigheden worden vermeden. Een goed ingewortelde plant verdraagt ook tijdelijk drogere perioden.
Snoei is vooral nodig wanneer de struik als haag wordt gebruikt of wanneer zijn omvang beperkt moet blijven. Draag daarbij stevige handschoenen vanwege de doornachtig eindigende takken.
| Standort | Sonne, Halbschatten |
| Blütezeit | Mai, Juni |
| Geeignet für | Heckenpflanze |
| Blütenfarbe | Gelb |
| Wuchsgeschwindigkeit | Schnell |
| Eigenschaft | Bienenweide |
Ja. Wegedoorn komt van nature voor in België, vooral in kalkrijke struwelen, hagen en bosranden. De soort is daardoor bruikbaar in landschappelijke en ecologische beplantingen waarin streekeigen struiken gewenst zijn. Hij is minder geschikt voor een strak vormgegeven, lage haag, omdat hij van nature breed en vrij open groeit. In een gemengde houtkant kan hij worden gecombineerd met andere inheemse struiken die vergelijkbare bodemomstandigheden verdragen.
Nee. Rhamnus cathartica is doorgaans tweehuizig: mannelijke en vrouwelijke bloemen staan op afzonderlijke planten. Alleen een vrouwelijk exemplaar kan zwarte vruchten vormen en daarvoor moet een mannelijke plant in de omgeving aanwezig zijn. Bij een afzonderlijk aangeplant exemplaar is vruchtvorming daarom niet verzekerd. In een gemengde aanplant met meerdere planten is de kans groter dat beide geslachten aanwezig zijn.
Nee. De zwarte vruchten zijn niet geschikt voor menselijke consumptie. Ze bevatten stoffen met een sterk laxerende werking en kunnen na inname duidelijke maag- en darmklachten veroorzaken. Plant wegedoorn daarom met de nodige voorzichtigheid op plaatsen waar kleine kinderen van de vruchten zouden kunnen eten. Verschillende vogels eten de vruchten wel en helpen zo met de verspreiding van de zaden.
Ja, vooral als losse landschappelijke haag of als onderdeel van een gemengde houtkant. De vertakte groei en doornachtig eindigende twijgen zorgen voor een moeilijk doordringbare structuur. Voor een smalle, strak geschoren tuinhaag is de soort minder vanzelfsprekend. Regelmatige snoei houdt de omvang onder controle, maar kan de bloei en daaropvolgende vruchtvorming beperken. Gebruik bij het snoeien stevige handschoenen.
Wegedoorn groeit het best op een kalkhoudende, goed doorlatende bodem in zon of halfschaduw. Zand-, leem- en kleigrond kunnen geschikt zijn wanneer overtollig water voldoende weg kan. De soort verdraagt na het inwortelen ook drogere perioden, maar jonge planten hebben tijdens langdurige droogte extra water nodig. Een permanent natte, slecht doorluchte bodem is minder geschikt.