- Alle Produkte
- Sierplanten
- Bodembedekkers
- PULMONARIA RUBRA 'DAVID WARD'
- Bodembedekkers
Breed witgerand blad en vroege bloei
Pulmonaria rubra 'David Ward' is een polvormende vaste plant met lange, bleekgroene bladeren zonder de typische zilveren vlekken van veel andere longkruiden. Een brede witte bladrand geeft de cultivar zijn uitgesproken bonte uiterlijk. In de late winter of het vroege voorjaar verschijnen koraalrode bloemen boven het blad. De plant wordt ongeveer 25 tot 35 cm hoog en groeit breder uit tot een lage bodembedekkende pol.
Het blad is doorgaans semi-wintergroen. Hoeveel blad tijdens de winter behouden blijft, hangt af van vorst, vocht en beschutting. Na een strenge winter kan de plant grotendeels opnieuw uitlopen vanuit de basis.
Standplaats en bodem
'David Ward' groeit het best in halfschaduw tot schaduw, bij voorkeur op een beschutte plaats. De lichte bladranden zijn gevoelig voor felle zon en uitdrogende wind: ze kunnen dan verschroeien en omkrullen. Een humusrijke, vruchtbare en gelijkmatig vochtige bodem is daarom belangrijk.
De grond moet tegelijk voldoende doorlatend zijn. Langdurig natte bodem verhoogt het risico op wortelproblemen, terwijl droogte het blad beschadigt en aantasting door echte meeldauw kan bevorderen. Deze cultivar is daardoor minder geschikt voor droge zandgrond of een warme border in volle zon.
Verzorging en toepassing
Verwijder beschadigd of oud blad na de bloei. Dat houdt de pol verzorgd en maakt ruimte voor frisse bladeren. Vermeerderen kan door de plant na de bloei of in het najaar te delen.
Door zijn lage, polvormende groei is 'David Ward' bruikbaar als bodembedekker onder bladverliezende heesters en in schaduwrijke borders. Kies daarbij een plaats waar de bodem ook tijdens droge voorjaars- en zomerperioden voldoende vochtig blijft.
Bruine bladranden ontstaan meestal door felle zon, droge grond of uitdrogende wind. Vooral de brede, lichte rand is gevoeliger voor verschroeiing dan het groene deel van het blad. Plant 'David Ward' daarom in halfschaduw tot schaduw, bij voorkeur op een beschutte plaats. Houd de bodem humusrijk en gelijkmatig vochtig, maar vermijd langdurig natte grond. Beschadigde bladeren herstellen niet meer en mogen na de bloei worden verwijderd, waarna de plant nieuw blad kan vormen.
Volle zon is voor deze cultivar doorgaans geen goede keuze. Het witgerande blad kan bij sterke zon snel verschroeien of omkrullen, vooral wanneer de bodem tijdelijk uitdroogt. Een plaats in halfschaduw of lichte schaduw geeft het beste resultaat. Schaduw van bladverliezende heesters is geschikt, omdat de plant daar tijdens de vroege bloei nog voldoende licht krijgt en later tegen de felste zon wordt beschermd.
'David Ward' is semi-wintergroen. In een zachte, beschutte winter kan een deel van het bonte blad behouden blijven. Bij strengere vorst, veel wintervocht of koude wind kan het blad grotendeels afsterven. Dat betekent niet dat de plant verloren is: hij loopt in het voorjaar opnieuw uit vanuit de basis. Verwijder beschadigd winterblad pas wanneer de nieuwe groei op gang komt.
Ja, op een geschikte standplaats vormt deze cultivar lage, brede pollen die de bodem geleidelijk bedekken. Hij komt vooral tot zijn recht onder bladverliezende heesters en in humusrijke schaduwborders. Voor een blijvend gesloten beplanting moet de bodem voldoende vochtig blijven. Op droge grond of in felle zon wordt het blad snel beschadigd en ontwikkelt de plant zich minder goed.
Oud, beschadigd of ontsierend blad mag na de bloei worden verwijderd. Dit bevordert een frisse hergroei en beperkt de hoeveelheid blad waarop echte meeldauw zich tijdens droge omstandigheden kan ontwikkelen. Knip alleen het oude blad laag weg en laat jonge scheuten ongemoeid. Geef bij droog weer water na deze onderhoudsbeurt, zodat de nieuwe bladeren zich zonder groeistilstand kunnen ontwikkelen.