Pruim 'Opal' vormt middelgrote, paarsrode tot blauwpaars gekleurde vruchten met geel vruchtvlees. De pruimen zijn sappig en zoet en worden vooral vers gegeten. Ze rijpen in België doorgaans vanaf juli; de exacte pluktijd verschuift enigszins met het weer en de standplaats.
'Opal' is zelfbestuivend en kan dus zonder tweede pruimenras vruchten dragen. Een andere gelijktijdig bloeiende pruimenboom in de omgeving kan de vruchtzetting ondersteunen. Bij een rijke dracht is uitdunnen nuttig om overbelasting van de takken te beperken en de resterende vruchten beter te laten uitgroeien.
De witte bloemen verschijnen hoofdzakelijk in april. Plant de boom bij voorkeur in de zon, waar de vruchten het best op smaak komen. Lichte halfschaduw wordt verdragen, maar kan de rijping en vruchtkwaliteit beïnvloeden. Een voedzame, goed doorlatende bodem is aangewezen; langdurig natte grond verhoogt de kans op wortelproblemen.
Bij deze halfstamvorm begint de kroon op een stamhoogte van 1,20 tot 1,30 m. Geef de kroon voldoende ruimte om zich te ontwikkelen. Snoei pruimenbomen beperkt en bij voorkeur in de zomer, na de oogst en tijdens droog weer. Verwijder vooral beschadigde, kruisende of naar binnen groeiende takken, zodat licht en lucht in de kroon kunnen doordringen.