- Alle Produkte
- Sierplanten
- Bodembedekkers
- PRATIA ANGULATA
- Bodembedekkers
Pratia angulata groeit als een laag tapijt van kruipende stengels en kleine, afgeronde groene blaadjes. De plant blijft doorgaans ongeveer 5 cm hoog en breidt zich geleidelijk in de breedte uit. Daardoor komt hij vooral tot zijn recht tussen stapstenen, in brede voegen, op stapelmuren en aan de rand van een rotstuin.
De kleine bloemen zijn overwegend wit en kunnen een fijne violetkleurige tekening vertonen. Na de bloei ontstaan purperen vruchten die duidelijk afsteken tegen het lage bladdek.
Standplaats en bodem
Deze bodembedekker groeit het best in halfschaduw op een frisse, humusrijke maar goed doorlatende bodem. Een zonnige plaats is eveneens mogelijk wanneer de grond niet langdurig uitdroogt. Vooral tijdens natte winters is een goede afwatering belangrijk. Zware grond kan daarom beter met grof materiaal worden verbeterd voordat de plant wordt aangeplant.
De kruipende stengels kunnen zich buiten de voorziene groeiplaats uitbreiden. Langs paden en tussen kleinere vaste planten is het daarom aangewezen om de ontwikkeling geregeld te volgen. Na een strenge winter kan het blad gedeeltelijk verdwijnen, waarna de plant bij gunstige omstandigheden opnieuw uitloopt.
Ja, op voorwaarde dat de voegen voldoende grond bevatten en niet voortdurend uitdrogen. De kruipende stengels kunnen tussen stapstenen een laag tapijt vormen. Kies bij voorkeur een plaats met lichte schaduw of alleen milde zon. Op sterk opwarmende bestrating en in smalle, droge voegen groeit de plant minder betrouwbaar. Houd er ook rekening mee dat veelvuldig betreden de fijne stengels kan beschadigen. Gebruik hem daarom eerder naast looppaden of tussen stenen waarop slechts af en toe wordt gestapt.
Pratia angulata breidt zich uit met kruipende stengels en kan daardoor geleidelijk een brede mat vormen. Hoe snel dit gebeurt, hangt sterk af van bodemvocht, beschutting en voedselrijkdom. Op een gunstige standplaats kan de plant buiten de voorziene ruimte groeien. Controleer daarom geregeld de randen wanneer hij tussen kleine vaste planten of langs een pad staat. Overtollige uitlopers kunnen eenvoudig worden weggehaald. In een droge of sterk concurrerende beplanting verloopt de uitbreiding doorgaans minder vlot.
Het blad kan tijdens zachte winters gedeeltelijk aanwezig blijven, maar wintergroen is in België geen vaste zekerheid. Strenge vorst en vooral een combinatie van koude en natte grond kunnen het bovengrondse blad doen verdwijnen. Een beschutte standplaats en een goed doorlatende bodem verkleinen het risico op winteruitval. In een rotstuin of verhoogd plantvak kan overtollig winterwater gemakkelijker weg. Wacht in het voorjaar af voordat u een kaal geworden plant verwijdert, want de wortelende stengels kunnen opnieuw uitlopen.
Een zonnige standplaats is mogelijk wanneer de bodem voldoende fris blijft. Op droge zandgrond of tussen stenen die in de zomer sterk opwarmen, kan het fijne blad sneller verdrogen. Halfschaduw is daarom meestal de veiligste keuze, zeker op lichtere Belgische bodems. Zorg na het planten voor een gelijkmatige vochtvoorziening totdat de stengels goed zijn ingeworteld. De grond moet vocht kunnen vasthouden zonder in de winter langdurig nat te blijven; een goede afwatering blijft noodzakelijk.
Pratia angulata verkiest een frisse, matig voedselrijke bodem die overtollig water vlot afvoert. Humus helpt om tijdens droge perioden voldoende vocht vast te houden. Op zware kleigrond is aanplant in een verhoogd vak of tussen stenig materiaal veiliger dan op een lage, natte plaats. Een stenige bodem is geschikt zolang er voldoende fijne grond tussen het grind aanwezig blijft. Vermijd zowel langdurig drassige grond in de winter als een standplaats die in de zomer volledig uitdroogt.