- Alle Produkte
- Sierplanten
- Bodembedekkers
- PHLOX SUBULATA 'BENITA'
- Bodembedekkers
Phlox subulata 'Benita', ook kruipphlox of kruipende vlambloem genoemd, is een wintergroene vaste plant die uitgroeit tot een laag, dicht tapijt. De bloei valt van eind april tot in juni: de mat raakt dan grotendeels bedekt met lilablauwe bloemetjes, waardoor het blad tijdelijk nauwelijks zichtbaar is.
Groeiwijze en blad
De plant blijft met ongeveer 10 tot 15 cm zeer laag en breidt zich kruipend uit. Het fijne, naaldvormige blad blijft ook in de winter aanwezig, zodat de bodem het hele jaar bedekt blijft. Dat maakt deze kruipphlox interessant op plaatsen waar een kale winterbodem storend zou zijn, zoals langs paden of bovenop een muurtje.
Standplaats en bodem
'Benita' bloeit het rijkst op een zonnige standplaats. Lichte schaduw wordt verdragen, maar gaat doorgaans ten koste van de bloeirijkdom en de dichtheid van de mat. De bodem moet vooral goed doorlatend zijn: een licht droge grond vormt geen probleem, terwijl langdurig natte omstandigheden, zeker in de winter, tot uitval kunnen leiden. Op zwaardere grond is het aangewezen de drainage te verbeteren voor het planten.
Onderhoud
Het onderhoud blijft beperkt. Door de mat na de bloei licht terug te knippen, blijft de plant compact en dicht en veroudert het tapijt minder snel. Verder vraagt deze vaste plant weinig zorg zodra hij goed is ingeworteld.
Toepassingen
- rotstuin en stenige beplantingen;
- borderranden en plantvakranden;
- bovenop lage muurtjes, waar de mat licht overhangt;
- potten en bakken met doorlatend substraat.
Ja. Phlox subulata behoort tot de goed winterharde vaste planten en doorstaat Belgische winters zonder bescherming. Het naaldvormige blad blijft bovendien in de winter aanwezig, zodat de mat het hele jaar groen blijft. Belangrijker dan de vorst is de vochtigheid van de bodem: op slecht doorlatende grond die in de winter langdurig nat blijft, kan de plant wegvallen. Zorg daarom voor een goed gedraineerde standplaats, zeker op zwaardere bodems. Op een doorlatende, zonnige plek is winterschade zeldzaam en loopt de plant in het voorjaar vlot opnieuw uit.
Een licht droge, doorlatende grond vormt geen probleem; kruipphlox voelt zich daar zelfs beter dan op vochthoudende bodem. Tijdens de eerste maanden na het planten is regelmatig water geven wel aangewezen, zodat de plant goed kan inwortelen. Eenmaal gevestigd verdraagt de mat droge periodes doorgaans goed. Bij langdurige zomerdroogte op zeer schrale of zandige grond kan een occasionele watergift de plant vitaal houden. Langdurig natte omstandigheden zijn een groter risico dan droogte: vermijd plaatsen waar water blijft staan.
Strikt noodzakelijk is het niet, maar een lichte snoeibeurt na de bloei is aan te raden. Door de mat na de bloei in juni licht terug te knippen, blijft de plant compact en dicht vertakt en veroudert het tapijt minder snel. Zonder deze ingreep kan de mat na enkele jaren opener en houteriger worden, met kale plekken in het midden. Knip nooit diep in het oude, bladloze hout terug; een oppervlakkige knipbeurt volstaat. Verder onderhoud beperkt zich tot het verwijderen van onkruid tussen de mat zolang die zich nog aan het sluiten is.
Ja, deze lage kruipphlox is goed bruikbaar in potten en bakken, waar de mat licht over de rand hangt. Gebruik een doorlatend substraat en een pot met voldoende afvoergaten, want stilstaand water rond de wortels verdraagt de plant slecht. Plaats de pot op een zonnige plek voor de rijkste bloei. Houd er rekening mee dat planten in pot sneller uitdrogen dan in de volle grond: geef in droge periodes tijdig water. In de winter vraagt de plant in pot geen bijzondere bescherming, zolang het substraat niet langdurig verzadigd blijft.
De meest voorkomende oorzaak is een tekort aan zon: in de schaduw wordt de mat opener en neemt de bloei duidelijk af. Kies daarom een standplaats met volle zon of hooguit lichte schaduw. Ook een verouderde, houterig geworden mat bloeit minder; licht terugknippen na de bloei houdt de plant compact en bloeirijk. Een zeer voedselrijke of natte bodem stimuleert bovendien eerder bladgroei dan bloemaanleg. Jonge planten hebben ten slotte soms een seizoen nodig om goed in te wortelen voordat ze hun volle bloeirijkdom tonen.