Perzik (Prunus persica) 'Broechemse' draagt grote, donzig behaarde vruchten met sappig wit vruchtvlees. Het ras is zelfbestuivend, zodat één boom vruchten kan vormen zonder een tweede perzik als bestuiver.
Deze boom is als halfstam opgekweekt. De kroon begint boven een kale stam van 1,20 tot 1,30 m. De uiteindelijke boomgrootte wordt mede bepaald door de gebruikte onderstam, de bodem en de snoei. Voorzie daarom voldoende ruimte voor een breed uitgroeiende kroon.
Standplaats en bodem
'Broechemse' groeit en rijpt het best op een zonnige, warme en beschutte plaats. Beschutting tegen koude wind en late nachtvorst is vooral tijdens de vroege bloei belangrijk. De bodem moet goed doorlatend zijn; langdurig natte grond verhoogt het risico op wortelproblemen. Een lichte zand- of zandleembodem is geschikt wanneer die niet volledig uitdroogt tijdens de vruchtontwikkeling.
Snoei
Na de vormsnoei vraagt een perzikboom doorgaans slechts beperkte snoei. Verwijder na de oogst dood, ziek en kruisend hout en houd de kroon voldoende open. Perziken dragen vooral op jonge scheuten, zodat te sterke snoei een deel van het vruchthout kan wegnemen. Snoei bij voorkeur tijdens droog weer en niet midden in de winter.