- Alle Produkte
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- PEROVSKIA ATRIPLICIFOLIA 'LITTLE SPIRE'
- Vaste planten
Russische salie (Perovskia atriplicifolia 'Little Spire') onderscheidt zich door zijn compacte, opgaande groei. De plant wordt doorgaans 50 tot 80 cm hoog en combineert fijn zilvergrijs blad met luchtige, lavendelblauwe bloemen. De bloei begint meestal in juli en kan tot september aanhouden.
Het blad is aromatisch en de bloemen worden bezocht door bijen en andere bestuivende insecten. Door zijn beperkte hoogte is 'Little Spire' bruikbaar voor kleinere zonnige borders en voor vakbeplanting waar een hogere Russische salie te veel ruimte zou innemen.
Standplaats en onderhoud
Deze cultivar vraagt een zonnige plaats en een goed doorlatende, eerder droge bodem. Een natte of langdurig waterverzadigde grond is ongeschikt en verhoogt het risico op wortelproblemen. Eenmaal goed ingeworteld verdraagt de plant droge perioden behoorlijk goed.
Snoei de oude stengels in het vroege voorjaar terug tot ongeveer 15 à 20 cm boven de grond. Vanuit de basis ontwikkelen zich vervolgens nieuwe scheuten. Op een zonnige standplaats blijft de groei doorgaans compacter en komt de bloei het best tot haar recht.
| Standort | Sonne, Halbschatten |
| Blütezeit | Juli, August, September |
| Eigenschaft | Duftend, Bienenweide, Duftende Blätter oder Nadeln |
| Geeignet für | Dachgarten |
| Blütenfarbe | Blau |
| Wuchsgeschwindigkeit | Mittel |
| Geeignet als | Massiv |
Perovskia atriplicifolia 'Little Spire' wordt doorgaans ongeveer 50 tot 80 cm hoog. Daarmee blijft deze cultivar duidelijk compacter dan veel hoger groeiende selecties van Russische salie. De uiteindelijke omvang hangt mee af van de bodem, de hoeveelheid zon en de jaarlijkse snoei. Op een zonnige, niet te voedselrijke en goed doorlatende bodem ontwikkelt de plant meestal een stevige, compacte groei. Op rijkere grond kunnen de scheuten langer en losser worden.
Ja. Eenmaal goed ingeworteld verdraagt 'Little Spire' droge perioden behoorlijk goed. De plant groeit het best op een goed doorlatende bodem waar overtollig regenwater snel weg kan. Geef na de aanplant wel voldoende water totdat de wortels zich ontwikkeld hebben. Voortdurend natte grond is minder geschikt dan tijdelijke droogte, omdat een gebrek aan drainage wortelproblemen kan veroorzaken. Op zware grond is een luchtige bodemstructuur daarom belangrijk.
Snoei de oude stengels in het vroege voorjaar, doorgaans in maart, terug tot ongeveer 15 à 20 cm boven de grond. De nieuwe groei ontstaat vervolgens vanuit de onderste delen van de plant. Deze jaarlijkse snoei helpt om een compacte vorm en krachtige jonge scheuten te behouden. Controleer vóór het snoeien waar de nieuwe knoppen zichtbaar worden en knip niet onnodig diep in oudere, volledig kale plantendelen.
De lavendelblauwe bloemen worden tijdens de zomer bezocht door bijen en andere bestuivende insecten. De bloeiperiode loopt doorgaans van juli tot september, waardoor de plant vooral in de tweede helft van de zomer voedsel kan bieden. De bloei is het rijkst op een warme, zonnige standplaats. Vermijd een schaduwrijke plaats, omdat de groei daar losser kan worden en de plant doorgaans minder bloemen vormt.
Zware kleigrond is alleen geschikt wanneer hij voldoende doorlatend is en in de winter niet langdurig nat blijft. Russische salie verdraagt stilstaand water slecht. Verbeter bij compacte klei eerst de bodemstructuur en kies bij voorkeur een iets verhoogde plantplaats waar regenwater gemakkelijk wegloopt. Blijft de grond tijdens natte perioden verzadigd, dan is een andere standplaats verstandiger. Een droge, luchtige bodem past beter bij deze cultivar.