- Alle Produkte
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Siergrassen
- PENNISETUM ALOPECUROIDES 'HAMELN'
- Siergrassen
Lampenpoetsersgras (Pennisetum alopecuroides 'Hameln') vormt een compacte, ronde pol van smal donkergroen blad. De bladeren buigen naar buiten, waardoor de plant een regelmatige, fonteinachtige vorm krijgt. Met bloeiaren bereikt deze cultivar doorgaans ongeveer 60 tot 80 cm hoogte.
De borstelvormige aren verschijnen vanaf de zomer en komen bij 'Hameln' relatief vroeg tot ontwikkeling. Ze zijn aanvankelijk groenachtig tot crèmewit en verkleuren later naar beige of lichtbruin. Het blad krijgt in het najaar gele tot strogele tinten. De verdroogde aren en bladeren blijven lang overeind en zorgen daardoor ook na het groeiseizoen voor structuur.
Standplaats en verzorging
'Hameln' bloeit het rijkst op een zonnige plaats, maar verdraagt ook halfschaduw. Een humusrijke, matig voedselrijke en goed doorlatende bodem is het meest geschikt. Vooral tijdens natte winters moet water vlot kunnen wegtrekken, omdat langdurig natte grond wortelproblemen kan veroorzaken.
Laat het afgestorven loof tijdens de winter staan en knip de volledige pol in februari of maart terug tot ongeveer 10 cm boven de grond. Doe dit voordat de nieuwe scheuten zichtbaar worden. Oudere pollen die minder krachtig groeien, kunnen in het voorjaar worden gedeeld en opnieuw geplant.
Door zijn compacte groei past 'Hameln' in vasteplantenborders, vakbeplantingen en grotere potten. In een pot is een goede afwatering noodzakelijk en vraagt de plant tijdens droge zomerperioden regelmatiger water dan in volle grond.
'Hameln' vormt doorgaans een compacte pol van ongeveer 50 tot 60 cm breed. Tijdens de bloei reiken de aren meestal tot circa 60 à 80 cm hoogte. De uiteindelijke afmetingen hangen mee af van bodem, licht en vochtvoorziening. In halfschaduw of op een schrale, droge standplaats kan de plant kleiner blijven en minder aren vormen. Door de beheerste groei is deze cultivar gemakkelijker in een kleinere border te verwerken dan sterkere en hogere vormen van lampenpoetsersgras.
De eerste bloeiaren verschijnen doorgaans vanaf juli, al kan de bloei in België na een koel voorjaar later beginnen. De aren blijven gedurende augustus en september zichtbaar en verkleuren geleidelijk van groenachtig wit of crème naar beige en lichtbruin. 'Hameln' staat bekend als een relatief vroeg bloeiende cultivar. Dat is praktisch belangrijk in streken waar later bloeiende selecties niet ieder jaar voldoende tijd krijgen om hun aren volledig te ontwikkelen.
Een gebrek aan zon is een veelvoorkomende oorzaak. 'Hameln' verdraagt halfschaduw, maar vormt op een zonnige plaats doorgaans meer bloeiaren. Ook een jonge of pas gedeelde plant kan tijdens het eerste groeiseizoen minder uitbundig bloeien. Langdurig droge grond remt de ontwikkeling, terwijl een voortdurend natte bodem de wortels verzwakt. Zorg daarom voor een goed doorlatende bodem die tijdens het groeiseizoen niet volledig uitdroogt. Overmatige bemesting is niet nodig en kan vooral veel slap blad opleveren.
Knip de oude bladeren en bloeiaren terug in februari of maart, vlak voordat de nieuwe groei begint. Een snoeihoogte van ongeveer 10 cm boven de grond volstaat. Snoei bij voorkeur niet in de herfst: het verdroogde loof beschermt het hart van de pol enigszins tegen winterweer en behoudt zijn structuur tijdens droge of berijpte perioden. Controleer voor het knippen of er al jonge scheuten verschijnen, zodat deze niet onnodig worden beschadigd.
Ja, 'Hameln' kan in een voldoende ruime pot worden gehouden. Gebruik een pot met vrije afvoergaten en een luchtig substraat, want stilstaand winterwater verhoogt de kans op wortelproblemen. Een zonnige plaats bevordert de bloei. Potplanten drogen tijdens warme perioden sneller uit dan planten in volle grond en moeten dan geregeld water krijgen. Laat overtollig water steeds weglopen. Knip het afgestorven loof pas aan het einde van de winter terug, voordat de nieuwe scheuten beginnen te groeien.