- Alle Produkte
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Siergrassen
- PENNISETUM ALOPECUROIDES 'HAMELN GOLD'
- Siergrassen
Lampenpoetsersgras Pennisetum alopecuroides 'Hameln Gold' onderscheidt zich door zijn geelgroene tot goudgele blad. Het vormt een compacte, opgaande pol die doorgaans ongeveer 50 cm hoog en breed wordt. In de nazomer verschijnen zachte, borstelvormige bloeiaren boven het blad.
De bladkleur komt het duidelijkst tot uiting op een zonnige standplaats. Kies een goed doorlatende bodem die niet langdurig nat blijft, vooral tijdens de winter. Geef na het planten regelmatig water totdat de wortels voldoende ontwikkeld zijn.
Laat het afgestorven loof gedurende de winter staan. De droge halmen behouden structuur en beschermen het hart van de plant gedeeltelijk tegen koude en vocht. Knip de volledige pol pas aan het einde van de winter of vroeg in het voorjaar terug, voordat de nieuwe groei begint.
De goudgele bladkleur ontwikkelt zich het duidelijkst op een zonnige standplaats. In halfschaduw kan het blad meer geelgroen blijven. Ook jonge scheuten kunnen aanvankelijk groener ogen. Vermijd een zware bemesting met veel stikstof: die stimuleert zachte, groene groei en kan de kenmerkende bladkleur minder uitgesproken maken. Een goed doorlatende bodem en voldoende licht geven doorgaans het beste resultaat.
'Hameln Gold' vormt zijn borstelvormige bloeiaren in de nazomer, doorgaans vanaf september. De precieze bloeitijd hangt af van de standplaats en het verloop van de zomer. Op een warme, zonnige plek begint de bloei meestal eerder en ontwikkelt ze zich beter dan op een koele of sterk beschaduwde standplaats. De aren kunnen na de bloei blijven staan en geven samen met het verdroogde blad structuur tijdens de winter.
Ja, lichte halfschaduw is mogelijk, maar een zonnige standplaats heeft de voorkeur. Bij voldoende zon blijft de groei compacter en komt de geelgroene tot goudgele bladkleur beter tot uiting. In te veel schaduw kan het blad groener worden en kan de bloei beperkter blijven. Vermijd daarnaast een plek waar de bodem tijdens de winter langdurig nat blijft.
Knip lampenpoetsersgras aan het einde van de winter of vroeg in het voorjaar terug, voordat de nieuwe scheuten verschijnen. Het afgestorven blad en de oude bloeiaren mogen tijdens de winter blijven staan. Ze behouden hun structuur en beschermen het hart van de pol gedeeltelijk tegen koude en overtollig vocht. Snoei niet in de herfst, omdat de opengeknipte pol dan gemakkelijker regenwater opvangt.
Een goed doorlatende bodem is het belangrijkst. De grond mag tijdens het groeiseizoen licht vochthoudend zijn, maar langdurig stilstaand water wordt slecht verdragen. Dat aandachtspunt is vooral belangrijk op zware kleigrond en tijdens natte Belgische winters. Verbeter compacte grond vóór het planten en geef in het eerste groeiseizoen water tijdens droge perioden, zodat de pol goed kan inwortelen.