- Alle Produkte
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Siergrassen
- PANICUM VIRGATUM 'KURT BLUEMEL'
- Siergrassen
Grijs blad en rode herfstkleur
Vingergras (Panicum virgatum) 'Kurt Bluemel' groeit in een opgaande pol en bereikt met de bloeihalmen ongeveer 1,20 m. Het grijsgroene blad krijgt in het najaar een duidelijke rode verkleuring.
Vanaf augustus verschijnen luchtige, grijsroze bloempluimen boven het blad. Ze blijven doorgaans tot in oktober zichtbaar. Het gras is bladverliezend, maar de verdroogde halmen kunnen tijdens de winter nog structuur geven. Knip de plant aan het einde van de winter terug voordat de nieuwe groei begint.
Standplaats en bodem
'Kurt Bluemel' groeit het best in de volle zon. Halfschaduw wordt verdragen, maar op een zonnige plaats ontwikkelen de opgaande groei en herfstkleur zich doorgaans het duidelijkst. Kies een goed doorlatende bodem en vermijd een standplaats die langdurig nat blijft.
Door de opgaande groei en luchtige bloeiwijze kan deze cultivar afzonderlijk of in herhaalde groepen tussen vaste planten worden toegepast. Reken bij groepsbeplanting op ongeveer vijf planten per vierkante meter.
Het grijsgroene blad krijgt in het najaar rode tinten. De intensiteit kan per jaar verschillen en hangt onder meer samen met de hoeveelheid zon en het verloop van het najaarsweer. Op een open, zonnige standplaats is de verkleuring doorgaans duidelijker dan in halfschaduw. De rode bladkleur vormt samen met de grijsroze pluimen het belangrijkste onderscheidende kenmerk van deze cultivar.
Ja, deze cultivar kan in lichte halfschaduw groeien, maar een zonnige standplaats heeft de voorkeur. Met voldoende licht blijft de groei doorgaans steviger en komt de herfstverkleuring beter tot uiting. Vermijd vooral een donkere plek in combinatie met een langdurig natte bodem. Daar ontwikkelt het gras zich minder krachtig en kan de pol minder compact blijven.
'Kurt Bluemel' is niet wintergroen. Het blad en de bloeihalmen drogen in het najaar in, maar kunnen tijdens de winter nog een rechtopgaand silhouet behouden. Hoe lang dat winterbeeld intact blijft, hangt af van wind, regen en sneeuw. Laat de oude halmen daarom bij voorkeur staan tot het einde van de winter en verwijder ze pas voordat de nieuwe groei begint.
Knip de verdroogde halmen aan het einde van de winter terug, meestal in februari of begin maart. Wacht niet tot de nieuwe scheuten ver boven de grond staan, want die kunnen tijdens het snoeien beschadigd raken. Terugsnoeien in het najaar is mogelijk, maar dan gaat het winterbeeld verloren. Gebruik een scherpe heggenschaar of snoeischaar en verwijder het oude loof tot kort boven de grond.
Voor een gesloten groepsbeplanting zijn ongeveer vijf planten per vierkante meter bruikbaar. Dat komt overeen met een onderlinge afstand van circa 40 tot 45 cm. Wie afzonderlijke pollen zichtbaar wil houden, kan ruimer planten. Houd rekening met de uiteindelijke omvang van het gras en geef jonge planten voldoende ruimte, zodat licht en lucht tot in de pol kunnen doordringen.