De Notarisappel is een oud Nederlands appelras met geelgroene, sappige vruchten. De smaak is zachtzuur en aromatisch. Daardoor kunnen de appels vers worden gegeten, maar ze zijn ook geschikt voor moes, gebak en andere keukenbereidingen.
De appels worden doorgaans in september geplukt. Onder koele en geschikte bewaaromstandigheden blijven ze tot in de winter bruikbaar. Laat geplukte vruchten voorzichtig behandelen, want beschadigde appels bewaren minder lang.
Voor een betrouwbare vruchtzetting is kruisbestuiving door een ander appelras met een overeenkomstige bloeiperiode aangewezen. Een zonnige standplaats bevordert de rijping en smaakontwikkeling. De bodem moet voldoende voedselrijk en doorlatend zijn; langdurig natte grond is voor appelbomen minder geschikt.
Bij deze halfstam begint de kroon boven een kale stam van ongeveer 1,20 tot 1,30 meter. De boom vraagt meer ruimte dan een laagstam, maar de kroon blijft gemakkelijker bereikbaar dan bij een hoogstam. De uiteindelijke omvang hangt mee af van de gebruikte onderstam, de bodem en de snoei.