De noordkriek (Prunus cerasus 'Noordkriek') draagt sappige, donkerrode krieken met een uitgesproken zure smaak. De vruchten worden doorgaans in juli geoogst en zijn vooral geschikt voor confituur, gebak, saus en andere bereidingen.
'Noordkriek' is zelfbestuivend en kan dus zonder tweede kriekenboom vruchten vormen. De witte bloesem verschijnt vrij laat in het voorjaar. Een zonnige standplaats bevordert de rijping en de vruchtkwaliteit.
Deze halfstam heeft een kale stam van 1,20 tot 1,30 m, met daarboven de kroon. Daardoor blijft de ruimte onder de onderste takken beter bereikbaar dan bij een laagstam. De uiteindelijke boomgrootte wordt mede bepaald door de gebruikte onderstam, de bodem en de snoei.
Snoei bij voorkeur tijdens droog weer na de oogst. Beperk de ingreep tot het openhouden van de kroon en het verwijderen van beschadigde, kruisende of te dicht staande takken. Winterse snoei verhoogt bij steenfruit het risico op aantastingen via de snoeiwonden.
Aandachtspunt: 'Noordkriek' is gevoelig voor bloesemmonilia en taksterfte. Een luchtige kroon, een zonnige standplaats en het tijdig verwijderen van aangetaste twijgen helpen om de infectiedruk te beperken.