- Alle Produkte
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Siergrassen
- MOLINIA CAERULEA 'DAUERSTRAHL'
- Siergrassen
Opgaande bloeihalmen en een luchtig herfstbeeld
Molinia caerulea 'Dauerstrahl' vormt een compacte pol van smal, groen blad. De grijsgroene bloeihalmen groeien vrij recht omhoog en buigen aan de top licht over. Ze dragen slanke, donkerbruine aren en bereiken in bloei doorgaans ongeveer 70 cm. De bloei begint vanaf juli en kan tot oktober zichtbaar blijven.
In de herfst verkleuren het blad en de halmen naar strogele tinten. Het bovengrondse deel sterft tijdens de winter af, maar de verdroogde halmen kunnen tijdelijk blijven staan. Knip de plant in de late winter of het vroege voorjaar terug tot net boven de grond, voordat de nieuwe groei begint.
Standplaats en bodem
Dit pijpenstrootje groeit het best in de zon tot halfschaduw, op een kalkarme, zure tot neutrale bodem die voldoende vocht vasthoudt. Een blijvend droge standplaats is minder geschikt. De plant is goed winterhard in België.
Door de beperkte hoogte en de smalle, opgaande halmen is 'Dauerstrahl' bruikbaar in groepen tussen vaste planten en in natuurlijk opgebouwde borders. De bloeiwijzen brengen hoogte in de beplanting zonder een zwaar of gesloten geheel te vormen.
'Dauerstrahl' bereikt in bloei doorgaans ongeveer 70 cm. De compacte bladpol blijft duidelijk lager; vooral de fijne bloeihalmen bepalen de uiteindelijke hoogte. Daardoor oogt de plant hoger zonder veel volume in te nemen. De precieze hoogte hangt af van de bodem, de vochtvoorziening en de hoeveelheid licht. Op een geschikte, vochthoudende standplaats ontwikkelen de halmen zich het krachtigst.
Een blijvend droge zandgrond is niet de beste standplaats voor 'Dauerstrahl'. Dit pijpenstrootje verkiest een kalkarme bodem die voldoende vocht vasthoudt. Zandgrond kan geschikt worden gemaakt door bij de aanplant organisch materiaal in te werken en tijdens droge perioden water te geven. Vermijd tegelijk een bodem waarin langdurig stilstaand water rond de wortels blijft staan.
Ja, 'Dauerstrahl' kan in lichte halfschaduw groeien en bloeien. Op een zonnige plaats zijn de groei en herfstverkleuring doorgaans het duidelijkst, op voorwaarde dat de bodem niet uitdroogt. Vermijd diepe schaduw: daar kunnen de halmen minder stevig en de bloei minder uitgesproken worden. Een plaats met ochtendzon of gefilterd licht is meestal geschikt.
Knip de oude bladeren en halmen in de late winter of het vroege voorjaar terug tot net boven de grond. Wacht niet tot de nieuwe scheuten al ver ontwikkeld zijn, omdat die tijdens het snoeien gemakkelijk beschadigd raken. In het najaar terugsnoeien is niet nodig. De verdroogde halmen kunnen nog structuur geven en beschermen de basis van de plant tijdens de winter.
Voor een gesloten groep kan ongeveer 35 tot 40 cm tussen de planten worden aangehouden. Dat komt neer op circa zes à zeven planten per vierkante meter. Wie afzonderlijke pollen zichtbaar wil houden, kan ruimer planten. Houd bij het bepalen van de afstand ook rekening met naburige vaste planten, zodat de fijne bloeihalmen voldoende ruimte en licht krijgen.