- Alle Produkte
- Sierplanten
- Bomen
- Loofbomen
- MESPILUS GERMANICA BUSH
- Loofbomen
Mispel met aromatische vruchten
De mispel (Mespilus germanica) vormt in het najaar ronde, bruine vruchten met een opvallend open kelk. Bij de pluk zijn ze nog hard en wrang. Ze worden pas eetbaar nadat ze enkele weken koel zijn bewaard en het vruchtvlees zacht en bruin is geworden. Dit narijpen wordt ook wel bletten genoemd. Vorst kan het proces versnellen, maar is niet noodzakelijk.
Het zachte vruchtvlees heeft een aromatische, mild zuurzoete smaak. Mispels kunnen uitgelepeld worden, maar worden vooral verwerkt tot gelei, compote of fruitwijn. De oogst valt doorgaans laat in de herfst.
Groei en standplaats
Deze laagstam heeft een kroon die laag boven de grond begint, waardoor bloei, oogst en onderhoud vlot bereikbaar blijven. De uiteindelijke boomgrootte wordt mede bepaald door de gebruikte onderstam en de snoei; de aanduiding laagstam betekent daarom niet automatisch dat de boom klein blijft.
In mei verschijnen vrij grote, witte bloemen tussen het jonge blad. De mispel is zelfbestuivend, zodat één boom vruchten kan dragen. Plant hem bij voorkeur in de zon of halfschaduw, op een humusrijke, voldoende doorlatende bodem. Langdurig natte grond wordt minder goed verdragen.
De kroon vraagt weinig snoei. Verwijder vooral dood, beschadigd of kruisend hout en behoud een open kroon. Zware, terugkerende snoei is doorgaans niet nodig.
| Standort | Sonne, Halbschatten |
| Wuchsgeschwindigkeit | Mittel |
Mispels zijn bij de pluk nog hard en wrang. Laat ze na de oogst koel narijpen tot de schil donkerder wordt en het vruchtvlees volledig zacht en bruin is. Pas dan ontwikkelt zich de typische aromatische, mild zuurzoete smaak. Een eerste nachtvorst kan dit proces versnellen, maar is niet noodzakelijk. Pluk de vruchten daarom liever onbeschadigd en laat ze gecontroleerd bletten dan ze te lang aan de boom te laten hangen.
Niet noodzakelijk. Laagstam verwijst in de eerste plaats naar de lage aanzet van de kroon en niet naar een vaste eindhoogte. De uiteindelijke grootte hangt onder meer af van de gebruikte onderstam, de bodem, de groeiplaats en de snoei. De lage kroon maakt de vruchten gemakkelijker bereikbaar en vereenvoudigt het onderhoud. Voorzie desondanks voldoende ruimte en vraag bij twijfel naar de onderstam van het aangeboden exemplaar.
Nee. Mespilus germanica is zelfbestuivend en kan als alleenstaande boom vruchten vormen. Een tweede mispel is dus niet noodzakelijk voor de vruchtzetting. De witte bloemen verschijnen doorgaans in mei, wanneer het risico op zware late nachtvorst meestal kleiner is dan bij vroegbloeiende fruitsoorten. Ongunstig weer tijdens de bloei kan de activiteit van bestuivende insecten en daarmee de uiteindelijke opbrengst wel beïnvloeden.
Een mispel vraagt weinig regelmatige snoei. Verwijder dood, beschadigd en kruisend hout en dun een te dicht geworden kroon voorzichtig uit. Zo blijven licht en lucht tot in het centrum van de boom doordringen. Vermijd jaarlijks sterk terugsnoeien, omdat dit veel nieuwe scheutgroei kan veroorzaken zonder de vruchtvorming te verbeteren. Grotere correcties gebeuren bij voorkeur tijdens de rustperiode en niet bij strenge vorst.
Een mispel groeit het best in een humusrijke bodem die voldoende vocht vasthoudt maar ook goed afwatert. Grond die langdurig verzadigd blijft, is minder geschikt omdat zuurstofgebrek rond de wortels de groei kan verzwakken. Verbeter zware, slecht doorlatende grond vóór het planten en kies geen laaggelegen plek waar in de winter water blijft staan. Geef een pas geplante boom tijdens droge perioden wel tijdig water, totdat hij goed is ingeworteld.