- Alle Produkte
- Sierplanten
- Bomen
- Loofbomen
- MESPILUS GERMANICA HOCHSTAM
- Loofbomen
Mispel als hoogstam
De mispel (Mespilus germanica) draagt bruine vruchten die in het late najaar worden geoogst. Vers van de boom zijn ze hard en wrang. Na een korte narijping wordt het vruchtvlees bruin, zacht en aromatisch. Dit proces wordt bletten genoemd. De eetrijpe vruchten zijn geschikt voor verse consumptie en voor verwerking tot gelei, compote of moes.
Een eerste nachtvorst kan de narijping versnellen, maar is niet noodzakelijk. De vruchten kunnen ook na de pluk op een koele plaats narijpen. Controleer ze regelmatig, want eenmaal zacht zijn mispels slechts beperkt houdbaar.
In mei verschijnen witte, vrij grote bloemen tegen het donkergroene blad. De mispel is bladverliezend en ontwikkelt als boom een brede, op latere leeftijd wat grillige kroon. De groei verloopt eerder traag. Deze hoogstam heeft een kale stam van 2,20 m tot aan de kroon, waardoor de boom geschikt is voor een boomgaard of als vrijstaande fruitboom met doorgang onder de kroon.
Standplaats en verzorging
Plant Mespilus germanica bij voorkeur in de zon. Halfschaduw wordt verdragen, maar een zonnige plaats bevordert de bloei en vruchtrijping. De bodem mag voedselrijk en kalkhoudend zijn, zolang overtollig water voldoende kan wegtrekken. Langdurig natte grond is minder geschikt.
De mispel is zelfbestuivend, zodat één boom vruchten kan dragen. Snoei blijft doorgaans beperkt tot het verwijderen van dood, beschadigd of kruisend hout. Houd de kroon voldoende open, maar vermijd sterke jaarlijkse snoei: die is door de rustige groei meestal niet nodig.
| Standort | Sonne, Halbschatten |
| Wuchsgeschwindigkeit | Mittel |
Mispels worden in het late najaar geplukt, maar zijn dan meestal nog hard en wrang. Ze worden pas eetbaar nadat het vruchtvlees bruin, zacht en aromatisch is geworden. Dit natuurlijke narijpingsproces heet bletten. Een eerste nachtvorst kan het proces versnellen, maar is niet noodzakelijk. Laat harde vruchten op een koele plaats narijpen en controleer ze regelmatig. Zodra ze zacht zijn, kunnen ze vers worden uitgelepeld of verwerkt worden tot gelei, compote en moes. Eetrijpe mispels zijn slechts beperkt houdbaar.
Ja. Mespilus germanica is zelfbestuivend en kan als alleenstaande boom vruchten vormen. Er hoeft dus geen tweede mispel in de onmiddellijke omgeving te staan om vruchtzetting mogelijk te maken. Voor een goede oogst blijven een zonnige standplaats, voldoende bloei en gunstig weer tijdens de bloeiperiode belangrijk. Jonge bomen hebben bovendien tijd nodig om een dragende kroon op te bouwen. Een beperkte oogst tijdens de eerste jaren wijst daarom niet noodzakelijk op een bestuivingsprobleem.
Nee. Mispels moeten zacht narijpen, maar daarvoor is vorst niet strikt nodig. De vruchten kunnen na de pluk in één laag op een koele, goed geventileerde plaats worden bewaard tot het vruchtvlees bruin en zacht wordt. Nachtvorst kan dit proces aan de boom versnellen. Wacht niet te lang met verwerken zodra de vruchten eetrijp zijn, want in zachte toestand bewaren ze nog maar kort.
Een mispel groeit rustig en vraagt weinig snoei. Verwijder dood, beschadigd en kruisend hout bij voorkeur tijdens de winter op een vorstvrije dag. Takken die de kroon sterk verdichten, kunnen volledig aan de basis worden weggenomen. Beperk grote snoeiwonden en kort niet ieder jaar alle jonge scheuten in. Het doel is een evenwichtige, open kroon waarin licht en lucht voldoende kunnen doordringen. Scheuten die onder de entplaats of op de kale stam ontstaan, worden zo vroeg mogelijk verwijderd.
Een mispel groeit het best in een voedzame, goed doorlatende bodem die niet langdurig uitdroogt. Zowel zand-, leem- als kleigrond kan geschikt zijn wanneer de bodemstructuur voldoende luchtig is en overtollig water kan wegtrekken. Kalk in de grond wordt doorgaans verdragen. Vermijd een standplaats waar tijdens de winter langdurig water blijft staan. Geef een pas geplante hoogstam tijdens droge perioden regelmatig water, zodat de wortelkluit niet uitdroogt voordat de boom goed is ingeworteld.