- Alle Produkte
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladverliezend
- MELIANTHUS MAJOR
- Bladverliezend
Opvallend blauwgrijs blad
Grote honingbloem (Melianthus major) vormt stevige scheuten met grote, geveerde bladeren. Hun blauwgrijze kleur en scherp getande bladranden bepalen het karakter van de plant. Bij kneuzing verspreidt het blad een sterke, kruidige geur.
De langwerpige, donker roodbruine bloemaren ontwikkelen zich op overwinterde scheuten. Omdat de bovengrondse delen in België vaak door vorst beschadigd raken, blijft de bloei buiten onzeker. Op een beschutte plaats kan de plant na de winter opnieuw vanuit de basis uitlopen en doorgaans ongeveer 1 tot 1,5 meter hoog worden.
Warme en goed gedraineerde standplaats
Melianthus major groeit het best in de zon, op een warme en beschutte plek. De bodem mag voedzaam en tijdens het groeiseizoen voldoende vochtig zijn, maar moet overtollig water snel afvoeren. Vooral de combinatie van winterkou en natte grond verkleint de kans op hergroei.
Een dikke mulchlaag beschermt de wortelzone, maar biedt tijdens strenge winters geen zekerheid. Teelt in een ruime pot is betrouwbaarder: laat de plant dan licht en vorstvrij overwinteren en geef in de winter slechts beperkt water. Beschadigde scheuten kunnen in het voorjaar tot aan het gezonde hout of de basis worden teruggesnoeid.
Dat kan alleen op een warme, beschutte en zeer goed gedraineerde standplaats. De bovengrondse scheuten raken bij vorst doorgaans beschadigd, waarna de plant in het voorjaar vanuit de basis kan hergroeien. Een dikke, droge mulchlaag helpt de wortelzone beschermen, maar geeft tijdens een strenge of langdurig natte winter geen zekerheid. Wie de plant betrouwbaar wil behouden, kweekt hem beter in een ruime pot die licht en vorstvrij kan overwinteren.
Bloei is in de volle grond niet gegarandeerd. De donkere roodbruine bloemaren verschijnen op scheuten die voldoende lang kunnen doorgroeien en de winter overleven. Omdat vorst de bovengrondse delen vaak beschadigt, wordt Melianthus major in België meestal als bladplant gekweekt. In een kuip die vorstvrij overwintert, blijven de scheuten behouden en is de kans op bloei groter. Een zonnige, warme standplaats ondersteunt de ontwikkeling van de bloemaren.
Ja. Teelt in een kuip maakt het mogelijk om de plant vóór de eerste stevige vorst naar een lichte, vorstvrije ruimte te verplaatsen. Gebruik een ruime pot met goede afwateringsgaten en een voedzaam maar luchtig substraat. Tijdens het groeiseizoen vraagt de plant regelmatig water; in de winter blijft de potgrond beter aan de droge kant. Een kuipplant kan groter worden dan een exemplaar dat buiten jaarlijks tot aan de basis terugvriest.
Uitblijvende hergroei is meestal het gevolg van te sterke vorstschade, winterse nattigheid of een combinatie van beide. Controleer in het late voorjaar of de basis nog stevig is en wacht voldoende lang, want nieuwe scheuten kunnen pas verschijnen wanneer de bodem duidelijk is opgewarmd. Een zachte, donkere of rottende wortelhals wijst op schade door vocht. Plant daarom op een verhoogde of zeer goed gedraineerde plek en bescherm de wortelzone vóór de winter.
Wacht bij een plant in volle grond tot het voorjaar en verwijder dan de door vorst afgestorven scheuten. Knip terug tot aan gezond hout of, wanneer alles bovengronds beschadigd is, tot dicht bij de basis. Een vorstvrij overwinterde kuipplant kan in het voorjaar worden ingekort wanneer hij onderaan kaal wordt of te groot uitgroeit. Snoei niet laat in het najaar, omdat jonge hergroei dan extra gevoelig is voor koude.