- Alle Produkte
- Sierplanten
- Bodembedekkers
- LUZULA PILOSA
- Bodembedekkers
Ruige veldbies (Luzula pilosa) is een lage, polvormende bosplant met smal, glanzend groen blad. De lange witte haren langs de bladranden zijn kenmerkend voor de soort. Het blad blijft doorgaans in de winter aanwezig, al kunnen oudere bladeren na vorst of droogte gedeeltelijk bruin worden.
In april en mei verschijnen losse, bruinachtige bloeiwijzen op fijne stengels boven het blad. De bloei is bescheiden; de voornaamste sierwaarde ligt in de fijne bladstructuur en de geschiktheid voor beschaduwde beplantingen.
Luzula pilosa groeit het best in halfschaduw of schaduw, bij voorkeur in een humusrijke, voldoende doorlatende bodem. De plant is bruikbaar onder bladverliezende bomen en struiken. Eenmaal ingeworteld verdraagt hij enige droogte, maar langdurig droge grond en sterke wortelconcurrentie kunnen de groei beperken.
De soort vormt afzonderlijke pollen en sluit de bodem minder snel dan sterk uitbreidende bodembedekkers. Voor een samenhangende beplanting wordt ruige veldbies daarom bij voorkeur in groepen geplant. Verweerd blad kan aan het einde van de winter worden verwijderd voordat de nieuwe groei begint.
Ja. Ruige veldbies groeit van nature goed op beschaduwde plaatsen en kan onder bladverliezende bomen en struiken worden toegepast. De bodem blijft bij voorkeur humusrijk en voldoende doorlatend. Onder bomen met een sterk oppervlakkig wortelgestel kan concurrentie om water de groei beperken. Geef pas aangeplante exemplaren daarom water tijdens langere droge perioden. Eenmaal ingeworteld verdraagt de plant enige droogte, maar op blijvend kurkdroge grond worden de pollen minder vol.
Ruige veldbies is doorgaans wintergroen in het Belgische klimaat. Het blad blijft tijdens een normale winter grotendeels aanwezig. Na strenge vorst, uitdrogende wind of langdurige droogte kunnen oudere bladeren bruin worden. Dat wijst niet noodzakelijk op schade aan de volledige plant. Verweerd blad kan aan het einde van de winter voorzichtig worden weggeknipt, zodat de jonge voorjaarsgroei zichtbaar wordt.
Nee, niet bijzonder snel. Luzula pilosa groeit in lage, afzonderlijke pollen en vormt minder vlug een gesloten tapijt dan sterk kruipende bodembedekkers. In groepsbeplanting kan de soort de bodem geleidelijk bedekken, maar tussen jonge planten blijft aanvankelijk ruimte zichtbaar. Dit losse groeikarakter maakt haar vooral geschikt voor een natuurlijke onderbeplanting tussen andere schaduwplanten.
Luzula pilosa blijft duidelijk lager en vormt kleinere, fijnere pollen. De bladranden dragen opvallende lange haren. Luzula sylvatica heeft breder blad, groeit forser en ontwikkelt doorgaans sneller een dichte bodembedekking. Ruige veldbies past daardoor beter waar een lage en losse bosbeplanting gewenst is; grote veldbies wordt vaker gebruikt om ruimere schaduwzones sterker te sluiten.
Volledig terugknippen is meestal niet nodig. Omdat het blad grotendeels wintergroen blijft, volstaat het om aan het einde van de winter bruine of beschadigde bladeren te verwijderen. Knip niet onnodig diep in het hart van de pol. Na een strenge winter kan de plant sterker worden opgeschoond, voordat de nieuwe groei goed op gang komt.