- Alle Produkte
- Sierplanten
- Bladhoudende haagplanten
- CUPRESSOCYPARIS LEYLANDII 'CASTLEWELLAN GOLD'
- Bladhoudende haagplanten
Leylandcipres Cupressocyparis leylandii 'Castlewellan Gold' onderscheidt zich door zijn geelgroene tot goudgele schubbenloof. De kleur komt het duidelijkst tot uiting op een zonnige standplaats. De groei is snel, dicht en opgaand, waardoor de cultivar vooral wordt gebruikt voor hoge, wintergroene hagen en schermbeplanting.
Door de sterke groeikracht vraagt een haag doorgaans twee snoeibeurten per jaar. Snoei uitsluitend in het groene loof: kale, oude takdelen lopen weinig of niet opnieuw uit. Een verwaarloosde haag kan daarom niet zonder risico sterk worden versmald. Snoei bij voorkeur op een koele, bewolkte dag om uitdroging en verbranding van vers aangesneden loof te beperken.
'Castlewellan Gold' groeit in zon tot halfschaduw op een normale, goed doorlatende bodem. Een gelijkmatig vochthoudende grond ondersteunt de snelle groei, maar langdurig natte grond moet worden vermeden. Geef jonge planten tijdens droge perioden voldoende water, zodat ze een stevig wortelgestel kunnen vormen.
Zonder regelmatige snoei ontwikkelt deze cultivar zich tot een hoge conifeer die aanzienlijk meer ruimte inneemt dan een geschoren haag. Houd daarom vanaf de aanplant rekening met de gewenste eindbreedte en het terugkerende snoeiwerk.
Het loof blijft wintergroen, maar de kleurintensiteit varieert met de standplaats en het seizoen. In voldoende zon is de geelgroene tot goudgele tint doorgaans het duidelijkst. In halfschaduw kan het loof groener ogen, vooral binnen in de plant waar minder licht komt. Ook jonge scheuten kunnen anders kleuren dan ouder loof. Een gelijkmatige kleur vraagt voldoende licht en een plant die niet door droogte of een ongeschikte bodem wordt verzwakt.
Door de snelle groei zijn doorgaans twee snoeibeurten per jaar nodig om een strakke, dichte haag te behouden. Een eerste snoeibeurt kan rond het begin van de zomer plaatsvinden; later in het groeiseizoen kan de haag opnieuw licht worden bijgewerkt. Snoei niet tijdens heet, zonnig weer en vermijd ingrepen vlak voor een vorstperiode. Laat de onderzijde iets breder dan de bovenkant, zodat ook de onderste takken voldoende licht ontvangen en beter begroeid blijven.
Een sterke terugsnoei tot in kale, oude takken wordt afgeraden. Leylandcipressen vormen vanuit oud hout doorgaans weinig of geen nieuwe groene scheuten, waardoor blijvende kale plekken kunnen ontstaan. Houd de gewenste breedte daarom vanaf de jonge fase bij met regelmatige, lichte snoei. Is een bestaande haag te breed geworden, versmal haar dan voorzichtig en behoud overal voldoende groen loof. Een zeer verwaarloosde haag kan niet altijd opnieuw tot een smalle, gesloten haag worden gevormd.
Ja, maar zonder snoei ontwikkelt 'Castlewellan Gold' zich tot een hoge, breed uitgroeiende conifeer. Deze toepassing vraagt aanzienlijk meer ruimte dan een geschoren haag. De snelle groei maakt de cultivar minder geschikt voor een kleine tuin wanneer er geen regelmatige vormsnoei gepland is. Kies als solitair een plaats waar de plant op lange termijn vrij kan uitgroeien en waar de goudgele loofkleur voldoende licht krijgt.
Deze Leylandcipres groeit het best in een normale, vruchtbare bodem die voldoende vocht vasthoudt maar overtollig water vlot afvoert. Vooral tijdens de eerste jaren na aanplant mag de kluit niet langdurig uitdrogen. Op erg compacte of voortdurend natte grond neemt het risico op wortelproblemen toe. Verbeter een slecht doorlatende bodem vóór het planten en geef tijdens langere droge perioden gericht water aan de voet van de plant. Een mulchlaag kan helpen om sterke vochtschommelingen te beperken.