- Alle Produkte
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- LEUCANTHEMUM SUPERBUM 'SILBERPRINZESSCHEN'
- Vaste planten
Compacte margriet met witte zomerbloemen
Leucanthemum × superbum 'Silberprinzesschen' vormt een bossige pol van groene bladeren en wordt ongeveer 50 cm hoog. De compacte groei maakt deze cultivar geschikt voor de voorgrond of het midden van een zonnige vasteplantenborder.
In juni en juli verschijnen grote margrietbloemen met witte lintbloemen en een duidelijk geel hart. Door uitgebloeide bloemen regelmatig weg te nemen, blijft de plant verzorgd en kan de bloei langer aanhouden.
'Silberprinzesschen' groeit het best in de zon, op een normale maar goed doorlatende tuingrond. De bodem mag tijdens de groeiperiode licht vochtig blijven, maar blijvend natte grond is minder geschikt. De bovengrondse delen sterven in de winter af. Oude stengels kunnen aan het einde van de winter of in het vroege voorjaar bij de grond worden weggeknipt.
'Silberprinzesschen' wordt doorgaans ongeveer 50 cm hoog. Daarmee blijft deze cultivar compacter dan veel andere reuzenmargrieten. De uiteindelijke hoogte hangt enigszins af van de bodem en de beschikbare voeding. Op een zeer voedselrijke standplaats kunnen de bloemstengels wat langer en losser worden. De plant vormt een bossige pol en past daardoor goed vooraan of centraal in een zonnige vasteplantenborder.
De hoofdbloei valt in België doorgaans in juni en juli. De exacte aanvang kan verschillen naargelang het voorjaarsweer en de standplaats. In een zonnige border ontwikkelt de plant gewoonlijk de meeste bloemen. Verwijder verwelkte bloemhoofdjes met een stuk van de bloemsteel. Dat voorkomt onnodige zaadvorming, houdt de pol netjes en kan de vorming van bijkomende bloemen ondersteunen.
Lichte halfschaduw wordt doorgaans verdragen, maar voor een compacte groei en een rijke bloei krijgt deze margriet bij voorkeur een zonnige standplaats. Bij te weinig licht kunnen de bloemstengels langer en slapper worden en verschijnen er meestal minder bloemen. Vermijd tegelijk een hete standplaats waar de bodem tijdens de zomer volledig uitdroogt. Een open plek met voldoende zon en een matig vochtige, doorlatende bodem geeft het betrouwbaarste resultaat.
Deze cultivar groeit het best in een gewone, goed doorlatende tuingrond die tijdens het groeiseizoen niet langdurig uitdroogt. Zware grond kan worden verbeterd zodat overtollig water vlotter wegzakt. Vooral aanhoudend natte omstandigheden rond de wortels zijn ongunstig. Op erg arme zandgrond helpt een beperkte hoeveelheid rijpe compost om vocht en voedingsstoffen beter vast te houden. Overmatige bemesting is niet nodig en kan een slappere groei veroorzaken.
De afgestorven stengels kunnen aan het einde van de winter of in het vroege voorjaar tot vlak boven de grond worden afgeknipt. Tijdens de bloei worden alleen de verwelkte bloemstengels verwijderd. Laat gezond blad zo lang mogelijk staan, omdat dit de wortelstok van energie voorziet. Een oudere pol die minder krachtig groeit of in het midden kaal wordt, kan in het voorjaar worden opgenomen, gedeeld en opnieuw geplant.