- Alle Produkte
- Sierplanten
- Bodembedekkers
- LEPTINELLA SQUALIDA 'PLATT'S BLACK' (COTULA)
- Bodembedekkers
Donkerbladige bodembedekker
Koperknoopje (Leptinella squalida 'Platt's Black') vormt een zeer laag tapijt van fijn ingesneden bladeren. De donkerbronzen tot bijna zwarte bladkleur onderscheidt deze cultivar duidelijk van groener groeiende vormen. De plant wordt ook onder de oudere botanische naam Cotula aangeboden.
In de vroege zomer verschijnen kleine geelgroene bloemhoofdjes net boven het blad. De bloei blijft bescheiden; de voornaamste sierwaarde ligt in de fijne bladstructuur en donkere kleur.
Standplaats en toepassing
'Platt's Black' groeit in zon tot halfschaduw op een licht vochtige, goed doorlatende bodem. Langdurige droogte kan de zode doen terugvallen, terwijl stilstaand wintervocht wortelproblemen kan veroorzaken. Vooral op droge zandgrond vraagt de plant tijdens langere regenarme periodes extra water.
Door de kruipende groei is deze Leptinella geschikt voor kleine oppervlakken, rotstuinen, padranden en voegen tussen stapstenen. Lichte, occasionele betreding wordt verdragen, maar voor intensief belopen paden of als volwaardige gazonvervanger is de plant minder geschikt. Snoei is doorgaans niet nodig; beschadigde of uitstekende delen kunnen in het voorjaar licht worden bijgeknipt.
Ja. De zeer lage, kruipende groei maakt deze cultivar geschikt voor voegen tussen stapstenen en langs weinig gebruikte tuinpaden. De plant verdraagt lichte, occasionele betreding, maar geen voortdurend voetverkeer. Voorzie voldoende ruimte rond de stenen, zodat het blad niet telkens volledig wordt platgelopen. Een licht vochtige, goed doorlatende bodem helpt om een gesloten zode te behouden. Op sterk uitdrogende plaatsen kan tijdens warme zomers tijdelijk extra water nodig zijn.
Alleen op kleine oppervlakken die weinig worden betreden. 'Platt's Black' vormt een laag tapijt en kan daardoor een alternatief zijn voor gras tussen stapstenen, in een kleine voortuin of op een decoratief vlak. Voor speelzones, intensief gebruikte looppaden en andere zwaar belaste plaatsen is de plant niet geschikt. De zode blijft bovendien het gelijkmatigst op een bodem die niet langdurig uitdroogt. Op droge zandgrond vraagt deze toepassing daarom meer opvolging dan een gewone gazonzone.
Kale plekken ontstaan vooral wanneer de bodem langdurig uitdroogt, slecht afwatert of te intensief wordt belopen. Deze bodembedekker houdt van een licht vochtige bodem, maar verdraagt geen stilstaand water. Controleer daarom eerst de vochttoestand en drainage. Geef tijdens langere droge periodes gericht water, vooral op zandgrond, en beperk betreding tot occasioneel gebruik. Beschadigde delen kunnen in het voorjaar licht worden bijgeknipt, waarna gezonde uitlopers de open ruimte opnieuw kunnen innemen.
Regelmatige snoei is niet nodig. De plant blijft van nature zeer laag en breidt zich kruipend uit. In het voorjaar kunnen verdroogde, beschadigde of buiten het gewenste plantvak groeiende delen worden weggeknipt. Dat is vooral nuttig langs stapstenen en padranden, waar een duidelijke begrenzing gewenst is. Knip niet onnodig diep in een verzwakte of uitgedroogde zode. Herstel eerst de vochtvoorziening en verwijder daarna uitsluitend afgestorven of storende delen.
Een humusrijke, licht vochtige en goed doorlatende bodem geeft de meest gelijkmatige groei. Zowel langdurige droogte als stilstaand winterwater kan de zode beschadigen. Zware grond moet daarom voldoende afwateren, terwijl droge zandgrond baat heeft bij organisch materiaal dat vocht vasthoudt. De plant groeit in zon tot halfschaduw. Controleer tussen stenen en langs verharding regelmatig of de bodem niet volledig uitdroogt, omdat zulke kleine plantvakken tijdens warme periodes snel vocht verliezen.