- Alle Produkte
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- LAVANDULA INTERMEDIA 'GRAPPENHAL'
- Vaste planten
Lavandin (Lavandula × intermedia 'Grappenhall') onderscheidt zich door zijn vrij forse groei, zilvergrijze blad en lange bloemstelen. De lichtpaarse tot violetblauwe bloemen verschijnen tijdens de zomer en verspreiden, net als het blad, een uitgesproken lavendelgeur. Ze worden druk bezocht door bijen en andere bestuivende insecten.
'Grappenhall' groeit het best in de volle zon. Een droge, goed doorlatende bodem is belangrijk, vooral tijdens de winter. Op zware of langdurig natte grond kan de plant wegvallen door wortelproblemen. Een schrale, stenige of kalkhoudende bodem is doorgaans geschikter dan een sterk bemeste grond.
Deze lavandin kan worden gebruikt in zonnige plantvakken, geurtuinen en lage vakbeplantingen. Houd bij het planten rekening met zijn bredere en hogere groei ten opzichte van veel cultivars van echte lavendel.
Jaarlijkse snoei helpt om de halfheester compact en goed vertakt te houden. Knip in het voorjaar terug, maar laat steeds voldoende groen blad aan de takken staan. Verwijder na de bloei de uitgebloeide stelen met een klein deel van de jonge groei. Snoei niet diep in kaal, oud hout, omdat lavendel daar moeilijk opnieuw uitloopt.
'Grappenhall' behoort tot de forsere lavandins. De plant bereikt met de bloemstelen doorgaans ongeveer 60 tot 80 cm en kan na verloop van tijd een brede struik vormen. De uiteindelijke afmetingen hangen af van de bodem, standplaats en jaarlijkse snoei. Op voedselrijke grond groeit hij vaak losser, terwijl een zonnige, eerder schrale standplaats een stevigere groei bevordert. Voorzie daarom meer ruimte dan voor veel compacte cultivars van echte lavendel.
Langdurig natte grond vormt tijdens Belgische winters een groter risico dan lage temperaturen alleen. Lavandin verdraagt geen bodem waarin water rond de wortels blijft staan; hierdoor kunnen wortel- en voetproblemen ontstaan. Plant 'Grappenhall' op een verhoogde of goed afwaterende plaats en vermijd zware, verdichte grond. Op kleigrond kan een lichte helling of verhoogd plantvak de afwatering verbeteren. Een dikke, vochtvasthoudende mulchlaag rond het hart van de plant is minder geschikt.
Snoei in het voorjaar zodra de strengste vorst voorbij is en nieuwe groei zichtbaar wordt. Kort de scheuten terug, maar zorg dat op iedere tak nog groen blad aanwezig blijft. Diep snoeien tot in kaal, oud hout geeft een onzekere hergroei. Na de zomerbloei kunnen de uitgebloeide bloemstelen samen met een klein deel van de jonge groei worden weggeknipt. Deze jaarlijkse snoei beperkt verhouting en helpt de plant compact en gelijkmatig vertakt te houden.
Ja, mits de pot voldoende groot is en overtollig water snel kan wegstromen. Gebruik een doorlatend substraat en kies een pot met vrije afwateringsgaten. Zet de plant in de volle zon en laat geen water in een onderschaal staan. Een pot droogt in de zomer sneller uit dan volle grond, maar voortdurend nat houden is evenmin geschikt. Tijdens natte winters staat de pot bij voorkeur beschut tegen aanhoudende regen, zonder de plant warm of donker te overwinteren.
'Grappenhall' is wintergroen en behoudt doorgaans zijn aromatische, grijsgroene blad. Na een koude, natte of winderige winter kan het loof er tijdelijk minder fris uitzien en kunnen enkele scheuttoppen beschadigd raken. Wacht met corrigeren tot het voorjaar, wanneer zichtbaar wordt waar de nieuwe groei begint. Een zonnige standplaats en vooral een goede winterdrainage helpen de plant beter door de winter dan zware bemesting of een vochtvasthoudende bodembedekking.