- Alle Produkte
- Sierplanten
- Bomen
- Loofbomen
- LABURNUM ANAGYROIDES
- Loofbomen
Gewone goudenregen (Laburnum anagyroides) bloeit in mei en juni met hangende trossen van goudgele, zoet geurende bloemen. Na de bloei ontstaan bruine peulen met harde zaden. De driedelige, groene bladeren vallen in het najaar af.
Deze soort groeit als een grote struik of kleine boom met een losse, vrij brede en soms onregelmatige kroon. Een volwassen exemplaar wordt doorgaans 4 tot 8 meter hoog. De bloei is het rijkst op een zonnige standplaats.
Goudenregen groeit in verschillende grondsoorten, waaronder kalkhoudende grond, maar verdraagt stagnerend water slecht. Een goed doorlatende bodem is daarom belangrijk. Eenmaal ingeworteld kan de plant tijdelijke droge perioden verdragen. De soort is goed winterhard in België.
Let op: alle delen van de plant zijn giftig. Vooral de zaden in de peulen vormen een risico bij inname. Houd hiermee rekening bij de keuze van de plantplaats, zeker in tuinen waar jonge kinderen of dieren bij de plant kunnen komen.
Ja. Alle delen van de gewone goudenregen zijn giftig, waarbij vooral de zaden in de peulen een ernstig risico vormen bij inname. Kies daarom zorgvuldig de plantplaats wanneer jonge kinderen of dieren toegang tot de tuin hebben. Afgevallen peulen mogen niet als speelgoed worden gebruikt en de zaden zijn niet eetbaar. Draag bij langdurig snoeiwerk bij voorkeur handschoenen en was nadien de handen. Neem bij mogelijke inname onmiddellijk contact op met een arts of het Antigifcentrum.
Laburnum anagyroides wordt doorgaans 4 tot 8 meter hoog en ontwikkelt zich tot een grote struik of kleine boom. De kroon groeit los, vrij breed en enigszins onregelmatig. De beschikbare ruimte en de manier waarop de jonge plant wordt opgekweekt, bepalen mee of hij een struikvorm of een duidelijke stam krijgt. Voorzie voldoende afstand tot gebouwen en paden, zodat de kroon zich zonder sterke correctiesnoei kan ontwikkelen.
De gewone goudenregen bloeit doorgaans in mei en juni. De goudgele bloemen staan in hangende, zoet geurende trossen en openen over een periode van enkele weken. Op een zonnige standplaats is de bloei gewoonlijk het rijkst. Na bestuiving worden platte tot cilindrische peulen gevormd, waarin de sterk giftige zaden rijpen. Door de weersomstandigheden kan het precieze begin van de bloei van jaar tot jaar enkele weken verschillen.
Gewone goudenregen groeit in verschillende grondsoorten en verdraagt ook kalkhoudende bodem. Een goede afwatering is belangrijker dan een bijzonder voedselrijke grond. Langdurig natte, dichtgeslagen grond verhoogt het risico op wortelproblemen en is daarom ongeschikt. Een gevestigd exemplaar kan tijdelijke droge perioden verdragen, maar jonge planten hebben tijdens langdurig droog weer extra water nodig. Plant bij voorkeur in de zon, waar de bloei doorgaans het best tot ontwikkeling komt.
De gewone goudenregen vormt goudgele bloemtrossen die meestal korter zijn dan die van Laburnum × watereri 'Vossii'. De cultivar 'Vossii' wordt vooral gekozen om zijn opvallend lange bloemtrossen en vormt doorgaans minder peulen. Laburnum anagyroides produceert na de bloei gemakkelijker peulen met giftige zaden. Ook bij 'Vossii' blijven de plantendelen echter giftig; minder vruchtvorming maakt die cultivar niet onschadelijk.