- Alle Produkte
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladhoudend
- ILEX CRENATA 'DARK GREEN®'
- Bladhoudend
Donkergroene Japanse hulst voor hagen en snoeivormen
Japanse hulst (Ilex crenata 'Dark Green') vormt een compacte, dicht vertakte struik met kleine, stekelloze bladeren. Het donkergroene blad blijft ook in de winter aan de plant. Door de fijne bladstructuur en goede snoeibaarheid wordt deze cultivar vooral gebruikt voor lage tot middelhoge hagen, vakbeplanting en geometrische snoeivormen.
De groei is traag tot middelmatig. Regelmatig snoeien stimuleert de vertakking en houdt een haag of vorm compact. Voor een strak resultaat kan eenmaal in de vroege zomer en indien nodig nogmaals aan het einde van de zomer worden gesnoeid. Bij herhaald snoeien blijft de onopvallende bloei doorgaans beperkt.
Standplaats en bodem
'Dark Green' groeit in zon tot halfschaduw. Een humusrijke, lichtzure en goed doorlatende bodem is belangrijker dan de hoeveelheid licht. Op kalkrijke grond kan het blad geel verkleuren en valt de groei terug. Zware, langdurig natte grond verhoogt het risico op wortelproblemen.
Verbeter ongeschikte grond vóór het planten over een voldoende brede zone in plaats van alleen het plantgat aan te vullen. Geef na de aanplant regelmatig water, maar voorkom dat de wortels voortdurend nat blijven. Een beschutte standplaats beperkt uitdroging en bladschade tijdens koude, schrale winterperiodes.
Ja. De kleine, donkergroene bladeren, compacte vertakking en goede snoeibaarheid geven een vergelijkbaar effect bij lage hagen en vormsnoei. De bodemvereisten verschillen echter duidelijk. Japanse hulst verlangt een humusrijke, lichtzure en goed doorlatende grond. In kalkrijke, verdichte of langdurig natte bodem groeit hij zwak en kan het blad geel worden. Controleer daarom eerst de bodem voordat een bestaande buxushaag wordt vervangen.
Geel blad wijst bij Japanse hulst vaak op een te hoge pH, slechte afwatering of beschadigde wortels. Op kalkrijke grond kan de plant bepaalde voedingsstoffen onvoldoende opnemen, ook wanneer die in de bodem aanwezig zijn. Controleer eveneens of de grond niet langdurig nat blijft. Alleen mest geven lost het onderliggende probleem dan niet op. Een structurele verbetering van de bodem en afwatering is belangrijker.
Dat kan alleen wanneer de kleigrond voldoende luchtig, lichtzuur en goed doorlatend is. Zware klei die in de winter lang nat blijft, is minder geschikt en kan wortelproblemen veroorzaken. Verbeter niet uitsluitend het plantgat, want daarin kan water blijven staan. Bewerk liever een brede plantstrook met geschikt organisch materiaal en zorg dat overtollig water kan wegzakken of afvloeien.
Eén snoeibeurt in de vroege zomer volstaat meestal voor een informele of minder strakke haag. Voor een scherp afgelijnde haag of snoeivorm kan later in de zomer een tweede lichte snoeibeurt volgen. Snoei bij voorkeur niet tijdens felle zon, droogte of vorst. Regelmatig licht snoeien bevordert een dichte vertakking en geeft een gelijkmatiger resultaat dan sporadisch sterk terugsnoeien.
Plant in losse, humusrijke en lichtzure grond met een goede afwatering. Geef na de aanplant voldoende water zodat de kluit niet uitdroogt, maar laat de wortelzone niet voortdurend nat staan. Maak bij kluit- en potplanten de omliggende grond goed los, zodat nieuwe wortels buiten de oorspronkelijke kluit kunnen groeien. Een beschutte standplaats helpt jonge planten tijdens droge wind en winterse vorstperiodes.