- Alle Produkte
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladverliezend
- HYDRANGEA MACROPHYLLA 'MARIESII LILACINA'
- Bladverliezend
Hortensia (Hydrangea macrophylla 'Mariesii Lilacina') vormt in juli en augustus vlakke bloemschermen. Rond de kleine fertiele bloemen in het midden staat een losse rand van grotere, licht gekartelde bloemen. Die open bloeiwijze geeft de cultivar een fijner uitzicht dan hortensia's met bolvormige bloemhoofden.
De bloemkleur varieert van violetroze tot violetblauw. Op zure grond met voldoende beschikbaar aluminium komen doorgaans blauwere tinten voor; op minder zure grond verschuift de kleur eerder naar roze en violet. De uiteindelijke kleur kan daarom per tuin verschillen.
De struik groeit bossig en goed vertakt en wordt in de tuin doorgaans ongeveer 1,3 tot 1,5 meter hoog en breed. Een standplaats in halfschaduw is het veiligst. Zon wordt verdragen wanneer de bodem gelijkmatig vochtig blijft, maar hete middagzon en uitdroging kunnen blad- en bloemschade veroorzaken. Plant bij voorkeur in humusrijke, voldoende doorlatende grond.
'Mariesii Lilacina' bloeit hoofdzakelijk op takken die het jaar voordien gevormd zijn. Beperk de snoei daarom tot het verwijderen van oude bloemschermen en dood of zwak hout. Voor verjonging kan jaarlijks een klein deel van de oudste takken laag worden weggehaald. Bescherm de vroeg ontwikkelende bloemknoppen zo mogelijk tegen late nachtvorst, omdat vorstschade de bloei van dat jaar kan verminderen.
De bloemkleur wordt mee bepaald door de zuurtegraad van de bodem en de beschikbaarheid van aluminium. In voldoende zure grond ontstaan doorgaans blauwere tot violetblauwe tinten. Op minder zure grond kleuren de randbloemen eerder violetroze. Alleen een product toevoegen om de bodem zuurder te maken geeft niet altijd onmiddellijk resultaat: ook de oorspronkelijke bodem, het gietwater en de beschikbaarheid van aluminium spelen een rol. De kleur kan daardoor tussen tuinen en zelfs tussen opeenvolgende jaren verschillen.
Snoei deze hortensia voorzichtig, want de bloemknoppen worden hoofdzakelijk op ouder hout gevormd. Verwijder in het voorjaar de verdroogde bloemschermen vlak boven een gezond paar knoppen. Knip ook dode en zwakke takken weg. Is de struik te dicht of verouderd, haal dan jaarlijks hoogstens ongeveer een derde van de oudste takken laag bij de basis weg. Een volledige terugsnoei levert meestal veel nieuwe scheuten op, maar kan de bloei in hetzelfde jaar sterk beperken.
Dat kan wanneer de bodem voldoende vochthoudend is en tijdens droge perioden niet uitdroogt. Op een hete plek met felle middagzon kunnen de bladeren en bloemen sneller slap hangen of verbranden. Halfschaduw, bijvoorbeeld met ochtendzon en beschutting tijdens het warmste deel van de dag, geeft in Belgische tuinen doorgaans het meest betrouwbare resultaat. Vermijd tegelijk zware, langdurig natte grond: de wortels vragen vocht, maar ook voldoende lucht en drainage.
Een beperkte bloei is vaak het gevolg van vorstschade aan de bloemknoppen of van een te sterke voorjaarssnoei. Deze cultivar vormt zijn bloemknoppen grotendeels op takken van het voorgaande jaar. Late nachtvorst kan die knoppen beschadigen, terwijl diep terugsnoeien ze volledig verwijdert. Ook langdurige droogte tijdens de knopvorming kan de volgende bloei verzwakken. Kies daarom een beschutte standplaats, snoei terughoudend en voorkom dat de bodem tijdens droge perioden volledig uitdroogt.
Deze cultivar groeit doorgaans uit tot een bossige struik van ongeveer 1,3 tot 1,5 meter hoog en ongeveer even breed. De uiteindelijke omvang hangt af van de bodem, vochtvoorziening, standplaats en snoei. Op een geschikte, humusrijke grond kan een ouder exemplaar wat forser worden. Voorzie daarom voldoende ruimte rondom de plant en plaats hem niet vlak tegen een pad of tegen andere struiken die zijn natuurlijke, breed vertakte groei kunnen hinderen.