- Alle Produkte
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladverliezend
- HIPPOPHAE RHAMNOIDES
- Bladverliezend
Duindoorn (Hippophae rhamnoides) groeit uit tot een brede, onregelmatig vertakte struik met doornige takken. Het smalle, grijsgroene blad heeft een zilverachtige onderzijde. Door wortelopslag kan de plant zich geleidelijk uitbreiden; houd hiermee rekening wanneer hij dicht bij verharding of kleinere beplantingsvakken staat.
De soort is tweehuizig: mannelijke en vrouwelijke bloemen staan op afzonderlijke planten. Alleen vrouwelijke exemplaren vormen vruchten en daarvoor moet een mannelijke plant in de omgeving staan. Omdat bij dit product geen geslacht is aangeduid, kan vruchtzetting per exemplaar niet worden gegarandeerd. De oranje vruchten rijpen vanaf de late zomer en hebben een uitgesproken zure smaak. Ze worden vooral verwerkt tot sap, gelei of confituur.
Hippophae rhamnoides groeit het best in de volle zon op een goed doorlatende bodem. De struik verdraagt droge, arme en zandige grond en is goed bestand tegen wind en zilte zeelucht. Langdurig natte, slecht doorlatende grond is minder geschikt. Dankzij de doornige groei en sterke uitbreiding is duindoorn bruikbaar in losse hagen, kustbeplantingen en grotere natuurlijke tuinen.
| Standort | Sonne, Halbschatten, Für trockene Böden geeignet |
| Eigenschaft | Zierfrüchte, Windverträglich |
| Wuchsgeschwindigkeit | Mittel |
Nee. Duindoorn is tweehuizig, wat betekent dat mannelijke en vrouwelijke bloemen op afzonderlijke planten voorkomen. Alleen een vrouwelijke plant kan vruchten dragen en daarvoor is bestuiving door een mannelijk exemplaar nodig. Omdat bij dit product geen geslacht is vermeld, kan niet worden gegarandeerd dat één afzonderlijke plant vruchten zal vormen. Wie duindoorn specifiek voor de oogst plant, kiest beter voor benoemde mannelijke en vrouwelijke cultivars die ongeveer gelijktijdig bloeien.
Ja. De oranje vruchten van vrouwelijke duindoornplanten zijn eetbaar, maar smaken uitgesproken zuur en wrang wanneer ze rauw worden gegeten. Ze worden daarom vooral verwerkt tot sap, siroop, gelei of confituur. De vruchten zitten dicht langs de doornige takken en zijn zacht wanneer ze rijp zijn, waardoor de oogst enige voorzichtigheid vraagt. Vruchtvorming is alleen mogelijk wanneer een vrouwelijke plant door een mannelijk exemplaar wordt bestoven.
Ja. Een zonnige standplaats met droge, goed doorlatende zandgrond sluit goed aan bij de natuurlijke groeivoorwaarden van duindoorn. Een gevestigde plant verdraagt tijdelijke droogte doorgaans goed. Geef tijdens het eerste groeiseizoen wel water wanneer de bodem langdurig uitdroogt, zodat het wortelgestel zich voldoende kan ontwikkelen. Zware grond is alleen geschikt wanneer overtollig water vlot kan wegtrekken; langdurig natte of verdichte bodem verhoogt de kans op een zwakke groei.
Ja. Duindoorn verdraagt sterke wind en zilte zeelucht opvallend goed en kan daardoor dicht bij de kust worden aangeplant. De plant groeit bovendien op arme, zandige bodem waar veel andere struiken moeilijk aanslaan. Voor een goede groei blijft een zonnige plek belangrijk. Houd voldoende ruimte vrij, want de struik vertakt breed en kan zich door wortelopslag uitbreiden. Dat maakt hem vooral geschikt voor ruimere kusttuinen, taluds en losse landschappelijke beplantingen.
Duindoorn kan op geschikte grond duidelijke wortelopslag vormen. Nieuwe scheuten verschijnen daarbij op enige afstand van de oorspronkelijke struik, waardoor de beplanting geleidelijk breder wordt. Dit is nuttig op taluds of in natuurlijke beplantingen waar een dicht struweel gewenst is. In een kleine, strak ingerichte tuin kan die uitbreiding ongewenst zijn. Verwijder jonge uitlopers tijdig of plant de struik op een plaats waar hij voldoende ruimte krijgt en niet rechtstreeks tegen verharding staat.