- Alle Produkte
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladverliezend
- HAMAMELIS INTERMEDIA 'DIANE'
- Bladverliezend
Hamamelis × intermedia 'Diane' onderscheidt zich door zijn donkerrode tot roodbruine winterbloemen. De smalle, lintvormige bloemblaadjes verschijnen doorgaans in januari en februari op de nog kale takken. Ze geuren licht. Tijdens vorst kan de bloei tijdelijk stilvallen, waarna de bloemen bij zachter weer verder openen.
'Diane' ontwikkelt een open, breed vaasvormige struik en wordt op termijn ongeveer 2 tot 4 meter hoog en minstens even breed. Geef de plant daarom voldoende ruimte. In de herfst verkleurt het groene blad naar een uitgesproken mengeling van geel, oranje en rood.
Deze toverhazelaar groeit het best in de zon of lichte halfschaduw, bij voorkeur op een beschutte plaats. De bodem moet humusrijk, vochthoudend en goed doorlatend zijn. Vooral tijdens het eerste jaar na aanplant mag de wortelkluit niet uitdrogen. Langdurig natte grond wordt slecht verdragen.
Een licht zure bodem is het meest geschikt. Op sterk kalkrijke grond kan ijzergebrek ontstaan, herkenbaar aan geel blad met groen blijvende nerven. Snoei zo weinig mogelijk: verwijder na de bloei alleen dood hout, storende dunne takken en eventueel opschot vanuit de onderstam.
De bloemen zijn doorgaans donkerrood tot roodbruin, maar de precieze tint kan van jaar tot jaar verschillen. Temperatuur, vocht en het verloop van de winter beïnvloeden de kleurontwikkeling. In sommige jaren ogen de bloemen dieprood, terwijl ze onder andere omstandigheden wat lichter of bruiner uitvallen. Deze natuurlijke variatie betekent niet dat de plant verkeerd gelabeld is. Binnen het assortiment van Hamamelis × intermedia blijft 'Diane' herkenbaar als een van de duidelijk roodst bloeiende cultivars.
Bij vorst krullen de smalle bloemblaadjes samen en valt de bloei tijdelijk stil. Zodra de temperatuur opnieuw stijgt, ontvouwen de bloemen zich doorgaans verder. Een korte vorstperiode beëindigt de bloei dus niet noodzakelijk. Door dit mechanisme kan de bloeiperiode over meerdere weken gespreid zijn. Een beschutte standplaats beperkt de invloed van koude, uitdrogende wind en helpt om de winterbloemen langer verzorgd te houden.
Dat kan wanneer voldoende ruimte beschikbaar blijft voor de brede groei. 'Diane' wordt op termijn ongeveer 2 tot 4 meter hoog en kan minstens even breed worden. Plant hem daarom niet vlak tegen een pad, gevel of andere grote struik. Een open plaats waar de natuurlijke vaasvorm zich kan ontwikkelen is het meest geschikt. Door zijn beperkte snoeitolerantie is deze cultivar minder aangewezen wanneer hij voortdurend smal of klein gehouden moet worden.
Geel blad kan wijzen op een te kalkrijke bodem, waarbij de wortels bepaalde voedingsstoffen onvoldoende kunnen opnemen. Vaak blijven de nerven dan groener dan de rest van het blad. Ook uitdroging of een slecht doorlatende bodem kan bladvergeling veroorzaken. Controleer daarom eerst het bodemvocht en vermijd zowel langdurige droogte als stilstaand water. Bij een hoge pH helpt het om de bodem geleidelijk met organisch materiaal te verbeteren; zware ingrepen rond de wortels worden beter vermeden.
Snoei alleen wanneer dit werkelijk nodig is, bij voorkeur kort na de bloei. Verwijder dood hout, kruisende dunne twijgen en scheuten die vanuit de onderstam ontstaan. Zware takken worden beter niet teruggezet, omdat een toverhazelaar ingrijpende snoei minder goed verdraagt en zijn natuurlijke vorm daardoor verliest. Houd bij de aanplant al rekening met de uiteindelijke breedte; zo blijft latere correctiesnoei meestal beperkt.