Geel nagelkruid (Geum urbanum) vormt een overwinterende bladrozet waaruit vertakte bloemstengels van ongeveer 30 tot 60 cm groeien. De kleine, rechtopstaande bloemen hebben vijf gele kroonbladen en verschijnen doorgaans vanaf eind mei tot in de zomer. Later in het seizoen kunnen nog verspreide bloemen volgen.
Na de bloei ontwikkelen zich bolvormige vruchthoofdjes. De afzonderlijke vruchtjes dragen een haakvormig uiteinde en blijven daardoor gemakkelijk aan dieren of kleding hangen. Wie ongewenste uitzaaiing wil beperken, kan de bloemstengels verwijderen voordat de vruchten volledig rijp zijn.
Geum urbanum groeit van nature onder struikgewas, in loofbossen en langs beschaduwde oevers. In de tuin staat de plant daarom het best in halfschaduw of lichte schaduw, op een voedselrijke bodem die niet langdurig drassig blijft. De soort past vooral in een natuurlijke beplanting, een bosrand of onder bladverliezende struiken.
De wortelstok heeft een kenmerkende geur die aan kruidnagel doet denken. Bovengrondse bloemstengels sterven na het groeiseizoen af, terwijl de lage bladrozet kan overwinteren.
Ja. Geel nagelkruid groeit goed in halfschaduw tot lichte schaduw en past daardoor onder bladverliezende struiken of aan de rand van een boomgroep. Een voedselrijke bodem is gunstig. Hoewel de soort ook op vrij droge plaatsen voorkomt, ontwikkelt hij zich doorgaans beter wanneer de grond tijdens het groeiseizoen niet langdurig uitdroogt. Dichte, permanent donkere schaduw en sterk verdichte of voortdurend natte grond zijn minder geschikt.
Geel nagelkruid kan zich door zaad verspreiden. De rijpe vruchtjes hebben haakvormige uiteinden waarmee ze aan dieren, kleding en tuingereedschap blijven hangen. Daardoor kunnen jonge planten op enige afstand van de moederplant verschijnen. In een natuurlijke beplanting is die verspreiding vaak gewenst. Wie de plant op één plaats wil houden, knipt de uitgebloeide stengels weg voordat de vruchten volledig rijp zijn.
De bloemstengels sterven na het groeiseizoen af, maar geel nagelkruid overwintert met een lage bladrozet. Afhankelijk van het winterweer kan een deel van dat blad groen blijven. De plant wordt daarom niet als betrouwbaar wintergroen beschouwd. Beschadigd of afgestorven blad kan aan het einde van de winter worden verwijderd, waarna vanuit de basis nieuwe groei verschijnt.
De eerste bloemen verschijnen doorgaans vanaf eind mei. De hoofdbloei valt in de vroege en middenzomer, maar onder geschikte omstandigheden kunnen tot later in het seizoen nog afzonderlijke bloemen ontstaan. De bloemen zijn klein, geel en rechtopstaand. Door uitgebloeide stengels tijdig terug te knippen wordt vooral de vorming en verspreiding van zaden beperkt; een volledige tweede bloei is niet gegarandeerd.
Ja. Geel nagelkruid past bij een losse beplanting in een bosrand, onder struiken of op een beschaduwde, voedselrijke plek. De kleine gele bloemen worden door insecten bezocht en de vruchten verspreiden zich met haakjes. Houd rekening met spontane zaailingen wanneer de vruchten mogen afrijpen. Voor een strak afgelijnde border vraagt de soort daarom meer opvolging dan in een natuurlijke of verwilderende beplanting.