- Alle Produkte
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- GEUM CHILOENSE 'MRS BRADSHAW'
- Vaste planten
Geum chiloense 'Mrs Bradshaw' onderscheidt zich door zijn halfgevulde, dieprode bloemen. Ze staan op rechtopgaande, vertakte stelen boven een compacte rozet van groen blad. De plant wordt doorgaans 40 tot 60 cm hoog en komt het best tot zijn recht in een gemengde border of groepsbeplanting.
De bloei begint in België meestal in juni en kan tot augustus aanhouden. Door uitgebloeide bloemstelen regelmatig weg te nemen, maakt de plant gemakkelijker nieuwe bloemen. Knip oude stengels en beschadigd blad in het voorjaar terug.
'Mrs Bradshaw' groeit het best in de zon tot halfschaduw. Kies een humusrijke bodem die voldoende vocht vasthoudt, maar overtollig water vlot afvoert. Langdurig natte of verdichte grond kan de levensduur beperken. Tijdens droge perioden is water geven aangewezen, vooral kort na de aanplant.
Het blad kan tijdens zachte winters gedeeltelijk aanwezig blijven, maar deze cultivar wordt in België niet als betrouwbaar wintergroen beschouwd.
Geum chiloense 'Mrs Bradshaw' wordt doorgaans 40 tot 60 cm hoog. Het blad blijft lager en vormt een compacte rozet, terwijl de vertakte bloemstelen daar duidelijk bovenuit komen. De uiteindelijke hoogte hangt mee af van de bodem, de hoeveelheid licht en de vochtvoorziening. Op een vruchtbare, gelijkmatig vochtige standplaats kunnen de bloemstelen wat hoger uitgroeien.
In België bloeit 'Mrs Bradshaw' doorgaans van juni tot augustus. Het precieze begin en de duur verschillen naargelang het voorjaar, de standplaats en het onderhoud. Verwijder verwelkte bloemen met de volledige bloemsteel. Dat voorkomt onnodige zaadvorming en stimuleert de plant om tijdens de zomer nieuwe bloemstelen te ontwikkelen.
Dat kan wanneer de kleigrond voldoende doorlatend is. Zware, verdichte klei waarin in de winter langdurig water blijft staan, is minder geschikt. Verbeter bij aanplant de bodemstructuur met organisch materiaal en vermijd een laag plantvak waar water samenloopt. De grond mag vochthoudend zijn, maar de wortels verdragen geen aanhoudend natte omstandigheden.
Nee, niet betrouwbaar. Tijdens een zachte winter kan een deel van de lage bladrozet groen blijven, maar vorst en winterse nattigheid kunnen het blad sterk doen terugvallen. Behandel de plant daarom als een bladverliezende vaste plant. Verwijder afgestorven of beschadigd blad bij voorkeur pas aan het einde van de winter of vroeg in het voorjaar.
Een volledige snoei is niet nodig, maar uitgebloeide bloemstelen worden het best tot bij de bladrozet weggeknipt. Dit houdt de pol ordelijk en kan een langere doorbloei bevorderen. Laat gezond rozetblad staan zolang het nog functioneert. Oud of beschadigd blad kan in het vroege voorjaar worden verwijderd voordat de nieuwe groei begint.