- Alle Produkte
- Sierplanten
- Bodembedekkers
- GERANIUM CANTABRIGIENSE 'BIOKOVO'
- Bodembedekkers
Geranium × cantabrigiense 'Biokovo' is een lage, tapijtvormende ooievaarsbek met kleine witte bloemen die rond het hart zachtroze getint zijn. De bloei begint doorgaans in mei en kan tot in juli aanhouden. Het ronde, gelobde blad verspreidt bij aanraking een kruidige geur en krijgt in het najaar vaak rode tinten.
Deze cultivar wordt ongeveer 15 tot 25 cm hoog en breidt zich geleidelijk uit via korte uitlopers. De groei is eerder rustig dan woekerend. Daardoor is 'Biokovo' bruikbaar als bodembedekker langs paden, vooraan in een border en tussen luchtig groeiende heesters. Tijdens zachte winters blijft een deel van het blad aanwezig; na strengere vorst kan de plant grotendeels bovengronds afsterven.
Plant deze ooievaarsbek in de zon of halfschaduw, bij voorkeur in een normale tot droge, goed doorlatende bodem. Eenmaal ingeworteld verdraagt hij tijdelijke droogte, maar langdurig natte grond is minder geschikt. Snoei is doorgaans niet nodig. Beschadigd of verdord blad kan aan het einde van de winter worden verwijderd voordat de nieuwe groei begint.
Ja. 'Biokovo' vormt via korte uitlopers geleidelijk een laag en vrij dicht bladerdek. De groei is rustiger dan bij sterk uitbreidende ooievaarsbekken, waardoor deze cultivar bruikbaar is langs paden, vooraan in borders en onder luchtig groeiende heesters. Houd er rekening mee dat de bodem niet onmiddellijk volledig gesloten is. Onkruid verwijderen blijft tijdens de eerste groeiseizoenen nodig. Zodra de planten goed zijn uitgegroeid, beperken het dichte blad en de onderlinge aansluiting de open ruimte tussen de planten.
'Biokovo' is in België doorgaans gedeeltelijk wintergroen. Tijdens een zachte winter kan een aanzienlijk deel van het blad behouden blijven en roodachtig verkleuren. Na langdurige of strenge vorst sterft meer blad af, maar de winterharde wortelstok loopt in het voorjaar opnieuw uit. Het winterbeeld hangt daarom af van de standplaats, de bodem en de weersomstandigheden. Verwijder oud of beschadigd blad pas tegen het einde van de winter, zodat de jonge scheuten ruimte krijgen zonder de plant tijdens koude perioden onnodig bloot te leggen.
Ja, mits de bodem goed doorlatend is. Een gevestigd exemplaar verdraagt tijdelijke droge perioden behoorlijk goed. Geef tijdens het eerste groeiseizoen wel water wanneer de grond langdurig uitdroogt, zodat de wortels zich voldoende kunnen ontwikkelen. Op zeer droge zandgrond kan ook later water nodig zijn tijdens aanhoudende zomerdroogte. Voortdurend natte of slecht doorlatende grond is minder geschikt, vooral in de winter. Daar kunnen wortels en uitlopers verzwakken. Een normale tuingrond die overtollig water vlot afvoert, geeft de betrouwbaarste groei.
Nee, deze cultivar breidt zich doorgaans vrij rustig uit. Hij vormt korte uitlopers waarmee het bladerdek geleidelijk breder wordt, maar groeit minder agressief dan sommige sterk woekerende bodembedekkers. Dat maakt hem geschikt naast vaste planten en kleinere heesters die niet snel overgroeid mogen raken. De uiteindelijke uitbreiding blijft wel afhankelijk van bodem en standplaats. In losse, voedzame grond groeit de plant sneller dan op een droge, schrale bodem. Uitlopers die buiten de gewenste zone verschijnen, kunnen eenvoudig worden afgestoken.
Een snoeibeurt na de bloei is niet noodzakelijk. Wanneer het blad in de zomer slordig wordt, kan de plant wel licht worden teruggeknipt. Dat bevordert de vorming van fris blad, al mag geen volledige tweede bloei worden verwacht. Laat gezond blad in het najaar bij voorkeur staan, omdat het vaak roodachtig verkleurt en tijdens zachte winters gedeeltelijk behouden blijft. Verwijder verdord of beschadigd blad aan het einde van de winter, vlak voordat de nieuwe groei begint. Gebruik daarbij een scherpe schaar en voorkom beschadiging van jonge scheuten.