- Alle Produkte
- Sierplanten
- Bodembedekkers
- FRAGARIA VESCA
- Bodembedekkers
De bosaardbei (Fragaria vesca) draagt kleine, rode aardbeien met een geconcentreerd zoet aroma. De vruchten zijn aanzienlijk kleiner dan die van de klassieke tuinaardbei en worden vooral vers van de plant gegeten. Ze rijpen hoofdzakelijk vanaf het begin van de zomer.
Deze meerjarige plant blijft laag en breidt zich uit met bovengrondse uitlopers. Zo kan hij geleidelijk een losse, eetbare bodembedekking vormen langs paden, onder lichte struiken of aan de rand van een voedselbos. De witte bloemen verschijnen voornamelijk in mei en juni.
Fragaria vesca groeit in de zon en halfschaduw. Op een lichte standplaats is de vruchtzetting doorgaans het rijkst, maar de soort verdraagt meer schaduw dan veel grootvruchtige aardbeien. Een humusrijke, vochthoudende maar goed doorlatende bodem geeft de beste resultaten. Tijdens droge perioden is water geven belangrijk, vooral wanneer de planten bloeien en vruchten vormen.
Laat de uitlopers doorgroeien wanneer bodembedekking gewenst is. Waar de plant binnen een afgebakende ruimte moet blijven, kunnen overtollige uitlopers eenvoudig worden verwijderd.
Bosaardbeien zijn veel kleiner dan de grootvruchtige aardbeien die doorgaans in moestuinen worden geteeld. Daartegenover staat een uitgesproken zoet en geconcentreerd aroma. De planten blijven laag en verspreiden zich met uitlopers, waardoor ze ook als eetbare bodembedekker kunnen worden gebruikt. De zachte vruchten worden het best direct na het plukken gegeten en zijn minder geschikt voor langdurige bewaring of transport.
Ja, Fragaria vesca kan in halfschaduw vruchten dragen. Op een lichte plek met enkele uren zon is de bloei en vruchtzetting doorgaans rijker dan in diepe schaduw. Een standplaats aan de rand van struiken of onder een open boomkroon is meestal geschikt. Zorg daar voor een humusrijke bodem die voldoende vocht vasthoudt, want sterke concurrentie van boom- en struikwortels kan de vruchtontwikkeling beperken.
De bosaardbei breidt zich uit met bovengrondse uitlopers waaraan nieuwe planten ontstaan. Hoe snel de bodem bedekt raakt, hangt af van licht, bodemvocht en plantafstand. In humusrijke grond die niet langdurig uitdroogt, groeit een groep geleidelijk dicht. De begroeiing blijft losser dan bij uitgesproken tapijtvormende bodembedekkers. Laat de uitlopers liggen voor uitbreiding of knip ze weg wanneer de planten binnen hun oorspronkelijke vak moeten blijven.
Een geringe vruchtzetting kan het gevolg zijn van te veel schaduw, droogte tijdens de bloei of een bodem die weinig organische stof bevat. Ook een overmaat aan stikstof stimuleert vooral bladgroei en uitlopers. Kies een lichte standplaats, houd de grond tijdens bloei en vruchtontwikkeling gelijkmatig vochtig en bemest terughoudend. De kleine vruchten kunnen bovendien snel door vogels of andere tuindieren worden weggenomen, waardoor ze soms nauwelijks zichtbaar rijpen.
Dat kan wanneer er voldoende licht en bodemvocht beschikbaar blijft. De lage groei en uitlopers maken Fragaria vesca geschikt voor de lichte rand onder een fruitboom. Direct naast de stam is de concurrentie om water vaak groter en kan de schaduw te diep zijn. Plant daarom bij voorkeur aan de buitenzijde van de kroon en geef water tijdens droge perioden. Houd rond jonge boomstammen voldoende ruimte vrij om schade en ongewenste vochtophoping te vermijden.