- Alle Produkte
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- FILIPENDULA ULMARIA
- Vaste planten
Moerasspirea (Filipendula ulmaria) vormt in de zomer vertakte pluimen met talrijke kleine, roomwitte bloemen. De bloemen verspreiden een zoete geur en worden bezocht door bijen, zweefvliegen en andere insecten. Het geveerde, donkergroene blad heeft een opvallend lichtere onderzijde.
Deze inheemse vaste plant groeit krachtig en bereikt doorgaans een hoogte van 1 tot 1,5 meter. Via korte wortelstokken kan hij zich geleidelijk tot een brede groep uitbreiden. Daardoor komt moerasspirea het best tot zijn recht in natuurlijke beplantingen, vochtige borders, wadi’s en langs vijver- of slootkanten waar voldoende ruimte beschikbaar is.
Standplaats en bodem
Filipendula ulmaria verlangt een vochtige tot natte, bij voorkeur voedselrijke bodem in de zon of halfschaduw. Tijdelijk hoge waterstanden worden goed verdragen. Op droge grond blijft de groei zwakker en kan het blad tijdens langdurige droogte vroegtijdig verdorren.
De bovengrondse delen sterven in de winter af. De oude stengels kunnen blijven staan en worden voor de nieuwe uitloop in het voorjaar teruggesneden.
Moerasspirea is niet geschikt voor een blijvend droge standplaats. De soort groeit van nature op vochtige tot natte, voedselrijke bodems en ontwikkelt zich daar het krachtigst. Op grond die in de zomer regelmatig uitdroogt, blijft de plant kleiner en kan het blad vroegtijdig verdorren. Een gewone border is alleen geschikt wanneer de bodem voldoende vocht vasthoudt. Voor droge zandgrond zijn andere vaste planten een betere keuze, tenzij tijdens droge perioden consequent water kan worden gegeven.
Ja. Filipendula ulmaria verdraagt een tijdelijk hoge waterstand en is daardoor bruikbaar in wadi’s, langs vijvers en op andere laaggelegen plaatsen. De bodem mag langdurig vochtig tot nat blijven, maar de plant hoeft niet permanent in diep water te staan. Bij een vijver wordt hij daarom in de vochtige oeverzone geplant en niet als echte waterplant. Een humusrijke, voedselhoudende bodem ondersteunt de krachtige groei en rijke bloei.
Moerasspirea vormt korte wortelstokken en kan zich op een geschikte, vochtige bodem geleidelijk tot een brede groep uitbreiden. De groei is krachtig, maar doorgaans beter beheersbaar dan die van sterk woekerende oeverplanten. In een kleine border kan de plant na verloop van tijd wel veel ruimte innemen. Een ruime, natuurlijke beplanting is daarom de meest geschikte toepassing. Een te grote pol kan in het vroege voorjaar worden gedeeld en opnieuw aangeplant.
De afgestorven stengels worden bij voorkeur aan het einde van de winter of vroeg in het voorjaar tot dicht bij de grond afgeknipt, voordat de nieuwe scheuten verschijnen. Ze mogen gedurende de winter blijven staan en geven dan nog structuur aan de beplanting. Terugsnoeien na de bloei is niet noodzakelijk. Wie uitzaaiing wil beperken, kan de uitgebloeide pluimen eerder verwijderen, zonder de rest van de plant terug te knippen.
Ja. De talrijke kleine bloemen leveren in de zomer voedsel aan onder meer bijen, zweefvliegen en andere bloembezoekende insecten. De ecologische waarde is het grootst wanneer moerasspirea in een groep wordt geplant en niet tijdens de bloei wordt teruggesneden. Omdat de soort inheems is, past ze goed in natuurlijke en landschappelijke beplantingen. Combineer haar bij voorkeur met andere soorten voor vochtige grond die vóór of na de moerasspirea bloeien.