- Alle Produkte
- Fruitplanten
- Fruitbomen
- Vijgenbomen
- FICUS CARICA 'MORENA'
- Vijgenbomen
Late vijg met dieprood vruchtvlees
Vijg (Ficus carica) 'Morena' vormt kastanjebruine vruchten met dieprood vruchtvlees. De smaak is zoet en aromatisch. Het is een vrij laat ras: de hoofdoogst begint doorgaans vanaf oktober en heeft in België een warme, lange nazomer nodig om goed af te rijpen.
Na een zachte winter kunnen vruchten die als kleine vruchtknoppen op het oude hout overwinterden al in augustus rijpen. Deze vroege vijgen worden brebavruchten genoemd. Strenge vorst of het sterk terugsnoeien van de oudere takken kan deze eerste oogst beperken.
'Morena' is zelfbestuivend en heeft dus geen tweede vijgenboom nodig voor de vruchtzetting. De plant groeit uit tot een forse struik of kleine boom met groot, gelobd groen blad. In de winter verliest hij zijn bladeren.
Standplaats en verzorging
Kies in België een zonnige, warme en beschutte plaats, bij voorkeur tegen een zuidgerichte muur. Zo krijgt vooral de late hoofdoogst meer kans om volledig te rijpen. Een goed doorlatende bodem is belangrijk; langdurig natte grond verhoogt de kans op wortelproblemen.
Geef tijdens de eerste jaren en bij langdurige zomerdroogte voldoende water. Snoei alleen wanneer dat nodig is om de plant binnen de beschikbare ruimte te houden. Een sterke snoei vermindert het aantal overwinterde vruchten en kan daardoor de vroege oogst van het volgende jaar verkleinen.
Dat lukt het best op een zonnige, warme en beschutte standplaats. De hoofdoogst van 'Morena' rijpt vrij laat, doorgaans vanaf oktober, waardoor een warme nazomer belangrijk is. Tegen een zuidgerichte muur profiteren de vruchten van extra warmte en beschutting. In een koel of winderig najaar kan een deel van de late vijgen onrijp blijven. Na een zachte winter is daarnaast een vroegere oogst mogelijk van vruchten die op het oude hout hebben overwinterd.
Nee. 'Morena' is zelfbestuivend en kan zonder een tweede vijgenras vruchten vormen. Eén plant volstaat dus voor de vruchtzetting. De uiteindelijke oogst hangt wel sterk af van de standplaats en het weer. Vooral de late hoofdoogst heeft voldoende zon en warmte nodig om in België volledig af te rijpen. Een beschutte plaats tegen een warme muur is daarom belangrijker dan de aanwezigheid van een bestuiver.
De vruchten in augustus zijn doorgaans brebavruchten. Ze ontstaan uit kleine vruchtknoppen die op het hout van het voorgaande jaar overwinteren en na een zachte winter verder groeien. De vijgen die vanaf oktober rijpen, behoren tot de hoofdoogst op de nieuwe groei. Die tweede oogst is groter afhankelijk van een warme nazomer. Vorstschade of een sterke wintersnoei kan de overwinterde vruchtknoppen verwijderen en daardoor de vroege oogst beperken.
Plant 'Morena' in de volle zon op een warme, beschutte plaats. Een zuidgerichte muur is in België bijzonder geschikt, omdat die overdag warmte opslaat en de vruchten helpt afrijpen. De bodem moet goed doorlatend zijn; langdurig natte grond is ongunstig voor de wortels. Geef jonge planten tijdens droge perioden water, zeker zolang ze nog niet goed ingeworteld zijn. Ook tijdens de vruchtontwikkeling mag de grond niet volledig uitdrogen.
'Morena' geldt als goed winterhard, maar een warme en beschutte standplaats blijft aangewezen. Jonge planten en niet volledig afgerijpte scheuten kunnen tijdens strenge vorst beschadigd raken. Ook de overwinterde vruchtknoppen voor de vroege oogst zijn gevoeliger dan de oudere takken. Op koude of open plaatsen is bescherming tijdens de eerste winters nuttig. Vorstschade betekent niet noodzakelijk dat de hele plant verloren is; een gevestigde vijg kan opnieuw uitlopen, maar de oogst wordt dan uitgesteld.