- Alle Produkte
- Fruitplanten
- Fruitbomen
- Vijgenbomen
- FICUS CARICA HALBSTAM
- Vijgenbomen
Deze vijgenboom is opgekweekt als halfstam, met een kale stam van 1,20 tot 1,30 m en een kroon die daarboven verder uitgroeit. De grote, handvormig gelobde bladeren geven de boom een uitgesproken karakter. Ficus carica is bladverliezend.
Op een voldoende warme standplaats kan de boom in België eetbare vijgen voortbrengen. Volledig rijpe vruchten zijn zoet en geschikt voor verse consumptie, confituur of drogen. De precieze vruchtkleur, rijptijd en opbrengst kunnen zonder cultivarnaam niet betrouwbaar worden bepaald. Pluk vijgen pas wanneer ze zacht worden en gemakkelijk loskomen, want onrijpe vruchten rijpen na de pluk nauwelijks verder.
Standplaats en bodem
Kies een zonnige, warme en beschutte plaats, bij voorkeur tegen een zuid- of zuidwestgerichte muur. Voldoende zomerwarmte is in België belangrijker voor de vruchtrijping dan een sterke groei. De bodem moet goed doorlatend zijn; langdurig natte wintergrond verhoogt het risico op wortelproblemen. Een gevestigde vijgenboom verdraagt droge perioden, maar tijdens de eerste jaren en bij langdurige zomerdroogte blijft water geven aangewezen.
Vorst en onderhoud
Een vijgenboom kan in gunstige Belgische omstandigheden buiten overwinteren, maar jonge planten en onrijp hout zijn gevoeliger voor strenge vorst. Een beschutte standplaats en een mulchlaag rond de wortelzone beperken het risico op winterschade. Verwijder bij een halfstam regelmatig scheuten die onder de kroon of aan de stamvoet ontstaan.
Beperk de snoei tot het verwijderen van dood, beschadigd of ongunstig geplaatst hout. Sterke snoei stimuleert veel nieuwe groei en kan de vruchtproductie vertragen. Het witte melksap kan de huid irriteren; draag daarom handschoenen bij het snoeien.
Dat is mogelijk, maar de standplaats bepaalt in sterke mate of de vruchten volledig rijpen. Plant de boom op de warmste, zonnigste en meest beschutte plaats in de tuin, bij voorkeur tegen een zuid- of zuidwestgerichte muur. Koele zomers, harde wind en een late vruchtzetting kunnen verhinderen dat de vijgen voldoende rijpen. Omdat bij dit product geen cultivar vermeld is, kunnen de gebruikelijke rijptijd, vruchtkleur en opbrengst niet nauwkeurig worden voorspeld. Pluk de vruchten pas wanneer ze zacht aanvoelen en gemakkelijk loskomen.
Bij deze halfstam begint de kroon boven een kale stam van 1,20 tot 1,30 m. Daardoor blijft de ruimte onder de kroon beter bereikbaar en is de boom gemakkelijker te combineren met lage beplanting. Een struikvorm vertakt dichter bij de grond en kan zich na vorstschade eenvoudiger vanuit de basis herstellen. Om de halfstamvorm te behouden, moeten nieuwe scheuten aan de stamvoet en onder de kroon tijdig worden verwijderd. De productvorm verandert de vruchtkenmerken van Ficus carica niet.
Op een beschutte plaats kan een gevestigde vijgenboom doorgaans buiten overwinteren, maar jonge stammen, jonge scheuten en onrijp hout kunnen tijdens strenge vorst beschadigd raken. Breng voor de winter een mulchlaag rond de wortelzone aan zonder deze tegen de stam op te hopen. Op koude of open locaties kan tijdelijk wintervlies rond de kroon en stam nuttig zijn. Vermijd vooral natte wintergrond en koude oostenwind. Wacht na vorstschade tot het voorjaar voordat u beschadigde takken wegneemt, zodat zichtbaar is welk hout opnieuw uitloopt.
Een halfstamvijg kan in een ruime pot groeien, op voorwaarde dat de pot voldoende afwateringsgaten heeft en stabiel genoeg is voor de kroon. Gebruik een luchtig, goed doorlatend substraat en laat geen water in een onderschaal staan. Een potplant droogt sneller uit dan een exemplaar in volle grond en vraagt tijdens warme perioden regelmatiger water. De wortelkluit is in een pot ook gevoeliger voor vorst. Bescherm de pot daarom tijdens koude perioden of verplaats hem naar een koele, vorstvrije en lichte plaats.
Snoei terughoudend en verwijder in de eerste plaats dood, beschadigd, kruisend of naar binnen groeiend hout. Haal ook scheuten aan de stamvoet en onder de kroon weg om de halfstamvorm te behouden. Vermijd een zware jaarlijkse terugsnoei: die veroorzaakt veel nieuwe scheuten en kan de vorming of rijping van vruchten beperken. Voer grotere correcties pas uit nadat de strengste vorst voorbij is. Draag handschoenen en vermijd contact met de ogen, want het witte melksap uit de snoeiwonden kan huid en slijmvliezen irriteren.