- Alle Produkte
- Sierplanten
- Bomen
- Loofbomen
- FAGUS SYLVATICA 'ATROPUNICEA' HOCHSTAM
- Loofbomen
Rode beuk als hoogstam
De rode beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea') vormt een dichte, breed ovale tot ronde kroon. Het jonge blad loopt dieprood uit en krijgt tijdens de zomer een roodbruine kleur. In de herfst verkleurt het blad doorgaans naar bruinrood.
Deze hoogstam heeft een stamhoogte van 2,20 meter. Een vrij uitgroeiende boom kan uiteindelijk ongeveer 25 tot 30 meter hoog en 20 tot 25 meter breed worden. Daardoor is deze vorm vooral geschikt als solitaire boom in een ruime tuin, park of brede groenaanleg.
Standplaats en bodem
Fagus sylvatica 'Atropunicea' groeit goed in de zon tot halfschaduw. De bodem moet humusrijk, voldoende vochthoudend en tegelijk goed doorlatend zijn. Langdurig natte grond is ongeschikt. Op een erg open of windrijke standplaats kan de boom minder goed ontwikkelen, aangezien rode beuk slechts matig wind verdraagt.
De kleine bloemkatjes verschijnen in mei en vallen weinig op. Oudere bomen kunnen beukennootjes vormen, maar dragen doorgaans niet ieder jaar even rijk.
| Geeignet für | Dachgarten, Solitärbaum oder -pflanze, Mehrstämmig, Heister, Hochstamm |
| Standort | Sonne, Halbschatten, Schatten |
| Geeignet als | Massiv, Formschnitt |
| Eigenschaft | Zierfrüchte, Duftende Blätter oder Nadeln |
| Wuchsgeschwindigkeit | Mittel |
Doorgaans niet. Een vrij uitgroeiende rode beuk kan ongeveer 25 tot 30 meter hoog en 20 tot 25 meter breed worden. De kroon vraagt daarom op termijn veel ruimte, ook wanneer de boom bij aankoop nog beperkt van formaat is. Deze hoogstam past beter in een grote tuin, park of brede groenaanleg. Houd voldoende afstand van gebouwen en perceelsgrenzen, zodat de kroon zich zonder zware correctiesnoei kan ontwikkelen.
Deze productvorm is niet bedoeld voor een gesloten haag. Bij een hoogstam begint de kroon boven een kale stam van 2,20 meter, waardoor onderaan geen dichte afscherming ontstaat. Fagus sylvatica 'Atropunicea' kan als plant wel voor een rode beukenhaag worden gebruikt, maar daarvoor zijn vertakte haagplanten vanaf de basis geschikter. De hoogstam wordt vooral aangeplant als solitaire boom of als onderdeel van een ruime bomenrij.
Nee. Het blad loopt doorgaans dieprood uit en wordt tijdens de zomer meer roodbruin. De precieze kleurintensiteit kan variëren met het seizoen, de standplaats en de gebruikte selectie. In de herfst volgt meestal een bruinrode verkleuring. Op een zonnige standplaats is de donkere bladkleur doorgaans duidelijker, maar een gelijkmatig vochtige bodem blijft belangrijk tijdens warme en droge perioden.
Rode beuk groeit het best in een humusrijke, vochthoudende maar goed doorlatende bodem. De grond mag niet langdurig verzadigd blijven, omdat aanhoudende nattigheid de wortelontwikkeling belemmert. Op zeer droge grond kan de groei eveneens tegenvallen, vooral tijdens de eerste jaren na aanplant. Een ruime plantplaats met een gelijkmatige vochtvoorziening is belangrijk voor een goede aanslag en een evenwichtige kroonontwikkeling.
Ja. Na de onopvallende bloei in mei kunnen beukennootjes ontstaan in borstelige napjes. De boom draagt doorgaans pas op oudere leeftijd rijk en de hoeveelheid vruchten verschilt van jaar tot jaar. Bij jonge hoogstammen is vruchtvorming daarom geen vast gegeven. De nootjes zijn ondergeschikt aan de belangrijkste sierkenmerken van deze cultivar: het roodbruine blad en de brede, dichte kroon.