- Alle Produkte
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladverliezend
- ELEUTHEROCOCCUS HENRYI
- Bladverliezend
Opgaande heester met karakteristiek blad
Eleutherococcus henryi vormt een opgaande tot licht overhangende heester van doorgaans 1,5 tot 3 meter hoog. De stevige takken kunnen verspreide, naar beneden gerichte stekels dragen. Het ruwe, groene blad is handvormig samengesteld en bestaat meestal uit vijf getande deelblaadjes.
Bloei en vruchten
In juli en augustus verschijnen kleine crèmewitte bloemen in eindstandige schermen. Na de bloei kunnen bolvormige vruchten ontstaan die bij rijpheid zwart kleuren. De afzonderlijke bloemen zijn bescheiden; vooral de combinatie van het grove blad, de schermbloemen en de donkere vruchten bepaalt het karakter van deze soort.
Standplaats en bodem
Deze heester groeit op een halfschaduwrijke standplaats in een vochthoudende maar goed doorlatende bodem. Ook een schaduwrijke plek aan een bosrand of onder een open boomkroon komt in aanmerking. Vermijd langdurig natte grond, omdat een goede afwatering belangrijk blijft.
Door de gestekelde takken vraagt Eleutherococcus henryi voldoende ruimte langs paden en andere druk gebruikte plaatsen. Snoei is doorgaans beperkt tot het verwijderen van beschadigde of hinderlijk groeiende takken.
Ja. De stevige takken kunnen verspreide, naar beneden gerichte stekels dragen. De hoeveelheid stekels kan per tak verschillen, maar bij het planten en snoeien zijn stevige handschoenen aangewezen. Geef de heester voldoende afstand van smalle tuinpaden, terrassen en speelzones. Op een ruimere plaats, bijvoorbeeld aan een bosrand of achteraan in een heesterborder, vormen de stekels doorgaans geen praktisch probleem.
Eleutherococcus henryi bereikt doorgaans een hoogte van ongeveer 1,5 tot 3 meter. De groei is opgaand, met takken die later licht kunnen overhangen. De uiteindelijke omvang hangt mede af van bodem, licht en beschikbare wortelruimte. Voorzie daarom voldoende plaats voor een vrij uitgroeiende heester. Regelmatig sterk terugsnoeien is minder geschikt wanneer de natuurlijke groeiwijze en zomerbloei behouden moeten blijven.
Ja, een plaats in halfschaduw is geschikt en ook lichte tot matige schaduw wordt verdragen. Onder een open boomkroon of aan een bosrand krijgt de heester doorgaans voldoende gefilterd licht. In zeer diepe schaduw kan de groei losser worden en kan de bloei afnemen. De bodem mag vochthoudend zijn, maar moet overtollig water voldoende snel afvoeren.
Na de crèmewitte zomerbloei kunnen kleine, bolvormige vruchten ontstaan die bij rijpheid zwart kleuren. De vruchtzetting kan wisselen naargelang de leeftijd van de plant, de groeiomstandigheden en het weer tijdens de bloei. De vruchten vormen daardoor geen jaarlijks gegarandeerd sierkenmerk. De soort blijft ook zonder rijke vruchtzetting herkenbaar aan haar ruwe, handvormig samengestelde bladeren en stevige, soms gestekelde takken.
Een humusrijke, vochthoudende en goed doorlatende bodem is het meest geschikt. De grond mag niet langdurig uitdrogen tijdens de eerste jaren na aanplant, maar blijvend natte bodem wordt eveneens vermeden. Op zware grond helpt een luchtige bodemstructuur om overtollig water af te voeren. Een mulchlaag van organisch materiaal beperkt uitdroging en ondersteunt het humusgehalte zonder de stamvoet af te dekken.