- Alle Produkte
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- DELPHINIUM GRANDIFLORUM 'BLAUER ZWERG'
- Vaste planten
Ridderspoor Delphinium grandiflorum 'Blauer Zwerg' onderscheidt zich door zijn lage, compacte groei. Boven het fijn ingesneden, lichtgroene blad verschijnen vertakte bloemstengels met helder- tot gentiaanblauwe bloemen. De plant wordt doorgaans 25 tot 40 cm hoog en blijft daarmee aanzienlijk lager dan de bekende hoge riddersporen.
De hoofdbloei valt in juni en juli en kan doorlopen tot augustus. Door uitgebloeide stengels tijdig te verwijderen, kan later in de zomer een beperktere nabloei ontstaan. Dankzij de stevige, korte stengels is ondersteuning doorgaans niet nodig.
'Blauer Zwerg' groeit het best in de zon tot lichte halfschaduw, op een humusrijke en voedzame bodem die tijdens de zomer voldoende vocht vasthoudt. Een goede afwatering blijft belangrijk: zware grond die in de winter langdurig nat blijft, is minder geschikt. Ook op droge, voedselarme grond ontwikkelt de plant zich minder goed.
Controleer de jonge scheuten in het voorjaar regelmatig op slakkenvraat. Alle delen van ridderspoor zijn giftig bij inname; houd daar rekening mee in tuinen waar jonge kinderen of huisdieren van planten kunnen eten.
'Blauer Zwerg' wordt doorgaans ongeveer 25 tot 40 cm hoog. Daarmee blijft deze cultivar veel lager dan de klassieke hoge riddersporen. De compacte groei maakt hem bruikbaar vooraan in een zonnige border en in kleinere plantvakken. De korte bloemstengels blijven meestal voldoende stevig zonder plantensteun. De uiteindelijke hoogte kan enigszins verschillen naargelang de bodem, voeding en hoeveelheid licht.
Een beperkte tweede bloei is mogelijk wanneer de uitgebloeide bloemstengels na de hoofdbloei worden teruggeknipt. Laat het gezonde blad daarbij staan, zodat de plant voldoende energie kan blijven opbouwen. Geef na het terugsnoeien water wanneer de grond droog is. De eventuele nabloei is doorgaans minder rijk dan de eerste bloei en hangt mee af van het weer en de groeiomstandigheden.
Onder normale omstandigheden heeft 'Blauer Zwerg' geen plantensteun nodig. De cultivar vormt korte bloemstengels en blijft doorgaans lager dan 40 cm. Op een sterk bemeste of erg beschaduwde standplaats kunnen de stengels slapper worden. Vermijd daarom overmatige stikstofbemesting en geef de plant voldoende licht. Een zeer open, winderige plaats is minder geschikt, ook al blijft deze lage cultivar steviger dan veel hoge riddersporen.
Deze cultivar groeit het best in een humusrijke, voedzame en goed doorlatende bodem die tijdens de zomer licht vochtig blijft. Zowel langdurige droogte als stilstaand winterwater wordt slecht verdragen. Verbeter zware grond vóór het planten zodat overtollig water gemakkelijker weg kan. Op snel uitdrogende zandgrond helpt organisch materiaal om vocht en voedingsstoffen beter vast te houden.
Jonge scheuten van ridderspoor zijn gevoelig voor slakkenvraat. De schade ontstaat vooral vroeg in het voorjaar, wanneer de zachte uitlopers net boven de grond verschijnen. Controleer de plant daarom regelmatig zodra de groei begint. Een open standplaats zonder dichte, vochtige begroeiing rond de plant maakt schuilplaatsen minder aantrekkelijk. Bescherm de scheuten tijdig, want ernstige vraat kan de bloei van hetzelfde seizoen sterk verminderen.