- Alle Produkte
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladverliezend
- CYTISUS PRAECOX 'ALBUS'
- Bladverliezend
Witte brem (Cytisus × praecox 'Albus') vormt een breed opgaande struik met fijne, licht overhangende twijgen. De cultivar wordt doorgaans ongeveer 1 tot 1,2 meter hoog en bloeit in mei en juni met talrijke roomwitte vlinderbloemen.
Plant deze brem bij voorkeur in de zon. Halfschaduw wordt verdragen, maar op een zonnige plaats is de bloei doorgaans rijker. Een lichte, goed doorlatende en eerder schrale bodem is geschikt. Zware grond waarin water lang blijft staan, verhoogt de kans op wortelproblemen. Een gevestigd exemplaar verdraagt tijdelijke droge perioden beter dan een langdurig natte bodem.
Na de bloei kunnen de jonge scheuten met ongeveer een derde worden ingekort. Dat beperkt het overhangen en houdt de struik beter vertakt. Snoei niet diep terug tot in kaal, oud hout, omdat brem daaruit moeilijk opnieuw uitloopt. Door zijn beperkte hoogte past 'Albus' als solitaire struik of in een zonnige heesterborder.
'Albus' bloeit in Belgische omstandigheden doorgaans in mei en juni. De precieze aanvang verschilt met de standplaats en het voorjaarsweer. Op een warme, zonnige plaats kan de bloei vroeger beginnen dan op een koele plek in halfschaduw. De roomwitte bloemen verschijnen talrijk langs de fijne twijgen. Voldoende zon en een bodem die niet te voedselrijk is, ondersteunen een compacte groei en een goede bloei.
Snoei direct na de bloei en kort uitsluitend de jonge, groene scheuten in, bijvoorbeeld met ongeveer een derde. Zo blijft de struik compacter en wordt sterke verhouting onderaan beperkt. Knip niet diep terug tot in oude, kale takken: brem vormt daarop moeilijk nieuwe scheuten. Een regelmatige, lichte snoei is daarom veiliger dan een zware verjongingssnoei nadat de plant uit model is gegroeid.
Zware, nat blijvende kleigrond is minder geschikt. Witte brem groeit beter in een lichte, goed doorlatende bodem waar overtollig water snel wegzakt. Op kleigrond is aanplant alleen aangewezen wanneer de structuur voldoende luchtig is en de afwatering goed blijft. Vermijd een laaggelegen plaats waar tijdens de winter water rond de wortels blijft staan. Langdurige nattigheid is voor deze cultivar riskanter dan een tijdelijk droge bodem.
Een goed ingewortelde plant verdraagt tijdelijke droge perioden vrij goed, vooral in een doorlatende bodem. Geef tijdens het eerste groeiseizoen wel water wanneer de grond langdurig uitdroogt, zodat de wortels zich voldoende kunnen ontwikkelen. Ook gevestigde planten kunnen op zeer droge zandgrond tijdens aanhoudende zomerdroogte extra water nodig hebben. Zorg tegelijk dat de bodem niet voortdurend nat wordt gehouden.
Nee, deze brem wordt het best als bladverliezende heester beschouwd. De kleine bladeren vallen in het najaar grotendeels af. Omdat de talrijke jonge twijgen groen blijven, behoudt de struik tijdens de winter toch een groenachtig uiterlijk. Dat kan de indruk wekken dat de plant wintergroen is, maar het winterbeeld wordt vooral door de groene takken en niet door blijvend blad bepaald.