- Alle Produkte
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladhoudend
- COTONEASTER PROCUMBENS 'QUEEN OF CARPETS'
- Bladhoudend
Cotoneaster procumbens 'Queen of Carpets' is een kruipende, wintergroene dwergmispel die veel breder dan hoog wordt. De plant blijft doorgaans onder 30 cm, terwijl de liggende takken op termijn ongeveer 1,5 m breed kunnen uitgroeien. Door deze vlakke groei is de cultivar geschikt als bodembedekker, voor taluds en als onderbeplanting.
De kleine, glanzend groene bladeren vormen een dicht bladerdek. In de zomer verschijnen witte bloemen met opvallend paarsachtige helmknoppen. Ze worden gevolgd door ronde, donkerroze tot rode siervruchten die vanaf het midden tot het einde van de herfst rijpen en ook in de winter nog aanwezig kunnen blijven.
Standplaats en bodem
'Queen of Carpets' groeit in de zon tot halfschaduw. Een goed doorlatende bodem is belangrijk, want langdurig natte grond wordt minder goed verdragen. De cultivar kan zowel op zand-, leem- als kleigrond groeien en verdraagt zure, neutrale en kalkhoudende bodems.
Snoei is doorgaans beperkt tot het inkorten van scheuten die buiten de beschikbare ruimte groeien. Houd er rekening mee dat deze lage heester uiteindelijk aanzienlijk breder wordt dan een jonge plant doet vermoeden.
'Queen of Carpets' blijft doorgaans lager dan 30 cm, maar kan op termijn ongeveer 1,5 m breed worden. De takken groeien vlak over de bodem en wortelen niet overal vanzelf vast. De uiteindelijke breedte wordt pas na meerdere jaren bereikt. Houd daarom bij het planten voldoende ruimte vrij, ook wanneer jonge exemplaren aanvankelijk klein ogen. Scheuten die over paden of langs de rand van een plantvak groeien, kunnen zonder zware snoei worden ingekort.
Ja, Cotoneaster procumbens 'Queen of Carpets' is in normale Belgische omstandigheden wintergroen. Het kleine, glanzende blad blijft tijdens de winter grotendeels aan de plant. Bij strenge vorst, koude wind of een plotselinge temperatuurdaling kan het blad tijdelijk verkleuren of plaatselijk beschadigd raken. Een goed doorlatende bodem helpt om winterproblemen te beperken, omdat een combinatie van vorst en langdurig natte grond ongunstig is voor de wortels.
Een standplaats in de zon tot halfschaduw is het meest geschikt. In halfschaduw behoudt de plant zijn lage, bodembedekkende groei, al kan de bloei minder rijk zijn dan op een lichtere plaats. Voor diepe schaduw is deze cultivar minder aangewezen. Onder bomen of struiken kan hij worden toegepast wanneer er voldoende gefilterd licht aanwezig is en de bodem niet voortdurend droog of sterk doorworteld is.
Deze cultivar groeit op uiteenlopende bodemtypes, waaronder zand-, leem- en kleigrond, zolang overtollig water voldoende kan wegzakken. Zowel zure, neutrale als kalkhoudende grond wordt verdragen. Een permanent natte of dichtgeslagen bodem is minder geschikt. Op zware klei is het daarom belangrijk dat de plantplaats niet langdurig onder water blijft. Jonge planten krijgen tijdens droge periodes water totdat ze goed ingeworteld zijn.
Regelmatige snoei is niet nodig. De cultivar ontwikkelt van nature een vlakke, spreidende groeiwijze. Snoei alleen scheuten weg die over een pad groeien, andere planten hinderen of buiten het plantvak komen. Sterke verjongingssnoei is doorgaans overbodig. Houd er rekening mee dat snoei na de bloei een deel van de jonge vruchten kan verwijderen. Wie de rode herfstvruchten wil behouden, beperkt de ingreep daarom tot storende takken.