- Alle Produkte
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladhoudend
- COTONEASTER FRANCHETII
- Bladhoudend
Dwergmispel (Cotoneaster franchetii) vormt een brede, dicht vertakte struik met sierlijk overhangende takken. Vrij uitgroeiend bereikt hij doorgaans ongeveer 2 tot 3 meter hoogte en een vergelijkbare breedte. Het grijsgroene blad heeft een opvallend lichtere, viltige onderzijde.
In mei en juni verschijnen kleine, witroze bloemen die nectar en stuifmeel leveren aan bijen en andere insecten. Daarna ontwikkelen zich oranjerode vruchten. Deze blijven vaak tot in de herfst of vroege winter aan de takken en dienen als voedsel voor vogels.
De struik is halfwintergroen in het Belgische klimaat. Tijdens zachte winters blijft veel blad aanwezig, maar bij strenge vorst of koude, uitdrogende wind kan hij gedeeltelijk kaal worden. Een zonnige standplaats bevordert de bloei en vruchtvorming; halfschaduw wordt eveneens verdragen.
Cotoneaster franchetii groeit in gewone tuingrond zolang die voldoende doorlatend is. Langdurig natte grond wordt slecht verdragen. De soort kan vrij uitgroeien als sierstruik, maar laat zich ook tot een informele of gesnoeide haag vormen.
Snoei bij voorkeur beperkt tot het verwijderen van beschadigde of storende takken. Regelmatig strak snoeien houdt een haag compact, maar vermindert doorgaans de bloei en het aantal vruchten. Zoals andere dwergmispels kan deze soort door bacterievuur worden aangetast; aangetaste twijgen moeten ruim tot in het gezonde hout worden verwijderd.
Cotoneaster franchetii is in België doorgaans halfwintergroen. In een zachte winter blijft een groot deel van het grijsgroene blad aan de struik. Bij langdurige vorst, koude wind of een droge standplaats kan hij meer blad verliezen. Dit is meestal geen teken dat de plant afgestorven is: in het voorjaar loopt hij opnieuw uit. Een enigszins beschutte standplaats beperkt winterse bladschade.
Ja. De dichte vertakking en goede snoeiverdraagzaamheid maken Cotoneaster franchetii geschikt voor een informele of gesnoeide haag. Zonder regelmatige snoei ontstaat een brede haag met overhangende takken. Een strakker gesnoeide haag blijft compacter, maar vormt meestal minder bloemen en vruchten. Houd daarom voldoende ruimte vrij of kies bewust voor een lossere haagvorm wanneer de bloei en oranjerode vruchten belangrijk zijn.
De oranjerode vruchten zijn niet bedoeld voor menselijke consumptie. Inname kan maag- en darmklachten veroorzaken, vooral wanneer grotere hoeveelheden worden gegeten. Vogels eten de vruchten wel en verspreiden daarbij de zaden. In tuinen waar jonge kinderen spelen, is het verstandig duidelijk te maken dat de bessen niet gegeten mogen worden.
Weinig vruchten kunnen het gevolg zijn van schaduw, sterke snoei of een beperkte bloei. De vruchten ontwikkelen zich uit de bloemen van mei en juni. Wanneer de struik tijdens of kort na de bloei stevig wordt teruggesnoeid, verdwijnen veel bloeiende en vruchtvormende twijgen. Een zonnige standplaats en terughoudende snoei geven doorgaans de beste combinatie van bloei en vruchtzetting.
Cotoneaster franchetii kan door bacterievuur worden aangetast. Mogelijke symptomen zijn plots verwelkende bloemen en scheuten, donker verkleurde twijgen en verdroogd blad dat aan de plant blijft hangen. Knip verdachte takken ruim terug tot in gezond hout en ontsmet het snoeigereedschap na iedere snede. Voer aangetast materiaal af en composteer het niet. Bij ernstige of onduidelijke aantasting is deskundige beoordeling aangewezen.