- Alle Produkte
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladhoudend
- CORONILLA VALENTINA GLAUCA
- Bladhoudend
Kroonkruid (Coronilla valentina subsp. glauca) vormt een compacte, afgeronde struik met blauwgroene, samengestelde bladeren. Het blad blijft doorgaans in de winter aanwezig, maar kan tijdens strengere vorst beschadigd raken.
In april en mei verschijnen heldergele bloemen in ronde trosjes aan de uiteinden van de twijgen. Ze verspreiden een zoete geur en worden bezocht door bijen en andere bestuivende insecten.
Standplaats en bodem
Deze mediterrane heester groeit in België het betrouwbaarst op een zonnige, warme en beschutte plaats. Een stenige, zandige of kalkhoudende bodem is geschikt wanneer overtollig water snel kan wegvloeien. Vooral een combinatie van winterkou en natte grond kan tot uitval leiden.
Door zijn beperkte hoogte past kroonkruid in een zonnige border, rotstuin of ruime pot. Gebruik in een pot een luchtig substraat en zorg voor vrije afvoer via de bodem. Een potplant is tijdens vorst gevoeliger dan een exemplaar in de volle grond.
Snoei
Na de bloei kunnen lange scheuten licht worden ingekort om de struik compact en goed vertakt te houden. Sterke snoei tot diep in het oude hout wordt beter vermeden.
De plant kan in België buiten groeien, maar vraagt een warme en beschutte standplaats. Vooral koude wind, strenge vorst en natte wintergrond verhogen de kans op schade. Plant hem bij voorkeur tegen een zonnige muur of op een verhoogde, goed drainerende plaats. In koudere streken is teelt in een ruime pot een bruikbaar alternatief, op voorwaarde dat de pot tijdens stevige vorst beschut kan worden. Beschadigd blad na een koude winter betekent niet noodzakelijk dat de volledige plant verloren is.
Kroonkruid is aangepast aan droge, stenige bodems en verdraagt langdurig natte wortels slecht. In zware of verdichte grond blijft tijdens de winter te veel water rond het wortelgestel staan, wat wortelproblemen en uitval kan veroorzaken. Plant op kleigrond bij voorkeur verhoogd en verbeter de structuur met mineraal materiaal dat de afvoer bevordert. Een plantgat met alleen een losse vulling volstaat niet wanneer het omringende perceel water vasthoudt; ook het overtollige water buiten het plantgat moet kunnen wegstromen.
Ja. Kies een ruime pot met voldoende afvoergaten en gebruik een luchtig, mineraal substraat dat niet langdurig nat blijft. Geef tijdens het groeiseizoen water wanneer de bovenlaag is opgedroogd, maar laat geen water in een onderschaal staan. In pot droogt het wortelgestel sneller uit, terwijl het tegelijk minder beschermd is tegen vorst. Zet de pot daarom tijdens koude winterperiodes op een beschutte plaats en bescherm de potwand indien nodig. Een koele, lichte en vorstvrije overwinteringsplaats biedt de meeste zekerheid.
Snoei bij voorkeur kort na de voorjaarsbloei. Lange of slordig uitstekende scheuten kunnen dan licht worden teruggenomen, zodat de struik zich verder vertakt en zijn afgeronde vorm behoudt. Vermijd een zware verjongingssnoei tot diep in kaal, oud hout, omdat de hergroei daarvan onzeker kan zijn. Verwijder na de winter alleen duidelijk afgestorven of door vorst beschadigde twijgen. Regelmatig maar beperkt bijsturen is veiliger dan jarenlang niet snoeien en de plant vervolgens sterk terugzetten.
Lichte halfschaduw wordt verdragen, maar onder Belgische omstandigheden geeft een zonnige, warme plaats doorgaans de beste bloei en de stevigste groei. Die ligging helpt bovendien om de bodem na regen sneller te laten opdrogen. Vermijd diepe schaduw en koude, vochtige hoeken van de tuin. Op een beschutte plek tegen een zuid- of westgerichte muur profiteert de plant van extra warmte. Bij te weinig licht kan de groei losser worden en blijft de voorjaarsbloei doorgaans minder rijk.