- Alle Produkte
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladverliezend
- CLERODENDRUM TRICHOTOMUM FARGESII
- Bladverliezend
Geurend blad en late zomerbloei
De pindakaasboom (Clerodendrum trichotomum fargesii) vormt een opgaande, bladverliezende struik die op termijn de afmetingen van een kleine boom kan aannemen. Het grote, groene blad verspreidt bij wrijven of kneuzen de typische geur waaraan de Nederlandse naam verwijst.
De geurende, overwegend witte bloemen verschijnen doorgaans in augustus en september. Door deze late bloeiperiode voegt de plant sierwaarde toe wanneer veel voorjaars- en zomerheesters al uitgebloeid zijn.
Standplaats en verzorging
Plant deze pindakaasboom in de zon of lichte halfschaduw, bij voorkeur op een warme en beschutte plaats. Een voedzame, voldoende vochthoudende maar goed doorlatende bodem ondersteunt de groei en bloei. Langdurig natte grond wordt slecht verdragen.
Voorzie voldoende ruimte, want de plant kan meerdere meters hoog en breed worden. Snoei is niet jaarlijks nodig. Verwijder beschadigde of storende takken bij voorkeur in het vroege voorjaar en beperk sterke vormsnoei tot wat noodzakelijk is.
De kenmerkende geur komt vrij wanneer het blad wordt aangeraakt, gewreven of gekneusd. De vergelijking met pindakaas is niet voor iedereen even duidelijk: sommige mensen ervaren de geur eerder als kruidig of nootachtig. Ongestoord blad verspreidt doorgaans veel minder geur. De Nederlandse naam pindakaasboom verwijst dus vooral naar deze opvallende eigenschap van het blad en niet naar de geur van de bloemen.
Alleen wanneer er voldoende ruimte beschikbaar is en de groei zo nodig wordt begeleid. Deze pindakaasboom ontwikkelt zich tot een forse struik of kleine boom en kan na verloop van tijd meerdere meters hoog en breed worden. Plaats hem daarom niet vlak naast een pad, gevel of kleinere buurplant. Voor een beperkte stadstuin is een ruime hoek geschikter dan een smalle border. Regelmatig hard terugsnoeien is geen goede vervanging voor voldoende groeiruimte.
Een zonnige tot licht halfschaduwrijke en beschutte standplaats is het meest geschikt. Op een warme plek kan het jonge hout beter afrijpen en komt de late zomerbloei doorgaans beter tot haar recht. De bodem mag voedzaam en vochthoudend zijn, maar overtollig water moet vlot kunnen wegzakken. Vermijd daarom zware grond die in de winter langdurig nat blijft. Geef jonge planten tijdens langere droge perioden water totdat ze goed geworteld zijn.
De plant is op een beschutte, goed doorlatende standplaats doorgaans voldoende winterhard voor veel Belgische tuinen. Strenge vorst kan vooral bij jonge planten of op open, winderige plaatsen schade aan jonge twijgen veroorzaken. Een warme plek uit koude wind verkleint dat risico. Vermijd ook winterse nattigheid rond de wortels. Wacht bij mogelijke vorstschade tot het voorjaar voordat u snoeit, zodat duidelijk zichtbaar is welke takdelen opnieuw uitlopen.
Snoei bij voorkeur in het vroege voorjaar, nadat de strengste vorst voorbij is. Verwijder eerst dood, beschadigd of kruisend hout. Gezonde gesteltakken blijven zoveel mogelijk behouden, omdat de natuurlijke opgaande vorm het best tot haar recht komt zonder jaarlijkse sterke snoei. Een te groot geworden exemplaar kan worden ingekort, maar het is beter om bij de aanplant meteen voldoende ruimte te voorzien. Gebruik schoon en scherp snoeigereedschap voor gladde snoeiwonden.