- Alle Produkte
- Sierplanten
- Klimplanten
- CLEMATIS 'MARKHAM'S PINK'
- Klimplanten
Clematis 'Markham's Pink' onderscheidt zich door haar vroege voorjaarsbloei. De knikkende, gevulde klokbloemen bestaan uit smalle, gedempt rozeroze bloembladen rond een lichter hart met crèmekleurige meeldraden. In België valt de hoofdbloei doorgaans in april en mei.
Deze bladverliezende bosrank groeit uit tot ongeveer 2,5 à 4 meter hoog en 1 à 1,5 meter breed. De bladstelen hechten zich rond dunne draden, gaas of smalle twijgen. Tegen een gesloten muur of schutting is daarom een geschikte klimondersteuning nodig.
'Markham's Pink' groeit in de zon of halfschaduw. Ook een noordelijk gerichte standplaats is mogelijk, op voorwaarde dat er voldoende daglicht aanwezig is. De bodem moet vochthoudend maar goed doorlatend zijn. Zorg dat de wortelzone tijdens warme en droge perioden koel blijft, bijvoorbeeld met lage beplanting of een mulchlaag.
De bloemen verschijnen op hout dat het vorige groeiseizoen gevormd werd. Jaarlijks snoeien is daarom niet nodig. Wanneer de plant te groot wordt, worden lange of verkeerd groeiende scheuten het best onmiddellijk na de voorjaarsbloei teruggenomen. Snoei in de winter of het vroege voorjaar kan een groot deel van de bloemknoppen verwijderen.
| Standort | Sonne, Halbschatten |
| Blütezeit | Juli, August, September |
| Blütenfarbe | Rosa |
Clematis 'Markham's Pink' behoort tot de vroegbloeiende clematissen die doorgaans geen jaarlijkse snoei nodig hebben. De bloemen verschijnen op scheuten die tijdens het vorige groeiseizoen gevormd zijn. Snoei daarom niet in de winter of het vroege voorjaar. Wanneer de plant te groot of te dicht wordt, kunnen lange en verkeerd groeiende scheuten onmiddellijk na de bloei worden ingekort. De plant heeft dan nog voldoende tijd om nieuw hout en bloemknoppen voor het volgende voorjaar te vormen.
Ja. Deze cultivar kan op een noordelijk gerichte plaats groeien, zolang er voldoende daglicht aanwezig is en de bodem niet langdurig nat blijft. Op een erg donkere standplaats kan de bloei minder rijk zijn. Plant de wortelkluit niet pal tegen de muur, omdat de grond daar vaak droog blijft door de regenschaduw. Geef de plant een klimrek, gaas of horizontale draden waarrond de bladstelen zich kunnen vasthechten.
De plant klimt door haar bladstelen rond smalle steunen te draaien. Gebruik daarom gaas, dunne draden, een open klimrek of de fijne takken van een stevige struik. Brede houten latten zijn minder geschikt omdat de bladstelen die moeilijk kunnen omvatten. Bevestig jonge scheuten aanvankelijk losjes aan de steun. Zodra de plant voldoende vertakt is, vindt ze doorgaans zelfstandig haar weg door het klimwerk.
Dat kan in een ruime pot van minstens ongeveer 45 cm diep en breed, met voldoende afvoergaten. Gebruik een structuurvaste, leemhoudende potgrond die vocht vasthoudt zonder drassig te blijven. Door de uiteindelijke hoogte van 2,5 tot 4 meter is een stevige klimondersteuning noodzakelijk. Controleer tijdens warme perioden regelmatig het bodemvocht, want potgrond droogt sneller uit dan tuingrond. Verpot of vernieuw een deel van het substraat wanneer de wortelruimte na enkele jaren sterk gevuld raakt.
Bij een snoei in de winter of het vroege voorjaar worden vaak de scheuten verwijderd waarop de bloemknoppen al aanwezig zijn. Daardoor kan de voorjaarsbloei grotendeels wegvallen. Laat de plant vervolgens herstellen en snoei het nieuwe hout niet opnieuw terug. Als vormcorrectie nodig is, gebeurt die vlak na de bloei. Een erg donkere standplaats of aanhoudende droogte rond de wortels kan de ontwikkeling van nieuwe scheuten en bloemknoppen eveneens beperken.