- Alle Produkte
- Sierplanten
- Klimplanten
- CLEMATIS 'DR RUPPEL'
- Klimplanten
Clematis 'Dr Ruppel' onderscheidt zich door grote roze bloemen met een brede, donkerroze tot paarsroze middenstreep. De eerste bloemen verschijnen doorgaans in mei en juni op overwinterde scheuten. Later in de zomer kan een tweede, meestal minder uitbundige bloei volgen op de jonge groei.
Deze bladverliezende bosrank bereikt ongeveer 2,5 tot 3 meter. De plant klimt met windende bladstelen en heeft daarom een rek, gaas of horizontale draden nodig. De steunen moeten voldoende dun zijn om door de bladstelen te worden omvat.
Plant 'Dr Ruppel' in de zon of halfschaduw, in een voedzame en goed doorlatende bodem die tijdens het groeiseizoen gelijkmatig vochtig blijft. Vermijd langdurig natte grond. Tegen een muur moet rekening worden gehouden met de droge regenschaduw onder de dakrand.
Deze cultivar behoort tot de licht te snoeien grootbloemige clematissen. Verwijder aan het einde van de winter dode en zwakke stengels en kort de overige scheuten slechts beperkt in tot boven een paar gezonde knoppen. Een zware jaarlijkse snoei vermindert de vroege bloei. Na de eerste bloei kan een lichte terugknip de vorming van nieuwe bloeiende scheuten bevorderen.
| Standort | Sonne, Halbschatten |
| Blütezeit | Juli, August, September |
| Blütenfarbe | Rot |
Snoei 'Dr Ruppel' licht aan het einde van de winter of in het vroege voorjaar. Verwijder eerst afgestorven en zwakke stengels. Kort de overige scheuten terug tot net boven een paar gezonde knoppen, maar behoud voldoende overwinterd hout: daarop verschijnt de eerste bloei. Na de bloemen van mei en juni kunnen enkele uitgebloeide scheuten licht worden ingekort om nieuwe groei en een mogelijke tweede bloei te stimuleren. Een jaarlijkse, sterke terugknip tot dicht bij de grond is voor deze cultivar niet aangewezen, omdat daardoor een groot deel van de vroege bloemen verloren gaat.
'Dr Ruppel' kan twee afzonderlijke bloeiperiodes vormen. De eerste en doorgaans rijkste bloei valt in het late voorjaar en de vroege zomer. In de nazomer kunnen opnieuw bloemen verschijnen op de jonge scheuten. De omvang van deze tweede bloei hangt af van het weer, de vochtvoorziening, de voedingstoestand en de snoei na de eerste bloei. Bij droogtestress of een zware voorjaarssnoei kan de herbloei beperkt blijven. Houd de bodem tijdens droge zomerperiodes daarom gelijkmatig vochtig zonder hem voortdurend nat te maken.
Ja. 'Dr Ruppel' groeit en bloeit in de zon tot halfschaduw. Een plaats met enkele uren zon en bescherming tegen de heetste middagzon is goed bruikbaar. In diepe schaduw worden de scheuten doorgaans ijler en neemt het aantal bloemen af. Belangrijker dan volle zon is een voedzame, doorlatende bodem die niet volledig uitdroogt. Houd de wortelzone koel met een organische mulchlaag, maar leg deze niet rechtstreeks tegen de stengelbasis. Zorg tegelijk voor voldoende luchtcirculatie rond het blad.
Ja. Deze bosrank hecht zich vast met windende bladstelen, maar kan niet zelfstandig tegen een vlakke muur klimmen. Gebruik een trellis, gaas of horizontale draden met voldoende kleine tussenruimtes. Dunne steunen worden gemakkelijker omvat dan dikke palen. Leid jonge scheuten tijdens het voorjaar voorzichtig naar de klimhulp en bind ze indien nodig losjes aan. Tegen een gevel wordt de steun het best op enige afstand van de muur geplaatst, zodat de ranken ruimte en lucht krijgen. Controleer daar ook regelmatig of de bodem niet uitdroogt.
Een ontbrekende tweede bloei kan verschillende oorzaken hebben. Langdurige droogte, weinig voeding of te sterke snoei na de voorjaarsbloei remmen de vorming van nieuwe bloeiende scheuten. Ook een erg schaduwrijke standplaats kan de herbloei beperken. Verwijder na de eerste bloei alleen uitgebloeide delen en behoud voldoende gezond blad. Geef tijdens droge periodes grondig water en voorzie in het voorjaar een gematigde organische bemesting. Een jonge of pas verplante plant gebruikt bovendien eerst energie voor de beworteling en bloeit daardoor niet noodzakelijk meteen een tweede keer.