- Alle Produkte
- Sierplanten
- Bomen
- Naaldbomen
- CEDRUS LIBANI 'ATLANTICA AUREA'
- Naaldbomen
De gele atlasceder (Cedrus libani 'Atlantica Aurea') onderscheidt zich door zijn geelgroene tot goudgele naalden. De kleur blijft ook in de winter aanwezig en is het duidelijkst op een lichte standplaats.
Deze cultivar groeit middelmatig snel en vormt een opgaande, breed piramidale kroon met ruim uitstaande takken. Na ongeveer tien jaar kan hij circa 5 meter hoog zijn. Oudere exemplaren groeien aanzienlijk verder uit, waardoor deze ceder vooral geschikt is als solitaire boom in een grote tuin of park.
Plant hem in de zon of halfschaduw, bij voorkeur in een goed doorlatende bodem. Hij verdraagt uiteenlopende grondsoorten en kan na het inwortelen ook met drogere periodes omgaan. Langdurig natte grond is minder geschikt. De boom is goed winterhard in België.
Snoei is doorgaans niet nodig. Behoud de doorgaande top en verwijder alleen beschadigde of hinderlijke takken. Door bij de aanplant rekening te houden met de uiteindelijke kroonbreedte kan de natuurlijke groeiwijze zich volledig ontwikkelen.
Ja. De geelgroene tot goudgele naaldkleur blijft ook tijdens de winter zichtbaar. De precieze tint varieert met de lichtinval, het seizoen en de groeiomstandigheden. Op een lichte standplaats komt de gele kleur doorgaans het duidelijkst tot uiting. Een plaats in diepe schaduw is daarom minder geschikt wanneer de naaldkleur het belangrijkste keuzecriterium is.
Deze cultivar kan na ongeveer tien jaar circa 5 meter hoog zijn en groeit daarna verder. Uiteindelijk wordt hij een forse boom die duidelijk hoger en breder kan worden dan jonge planten doen vermoeden. De uiteindelijke afmetingen hangen af van bodem, standplaats en beschikbare wortelruimte. Voorzie daarom voldoende afstand tot gebouwen en plant hem niet onder lage leidingen of dicht bij kleine tuinconstructies.
Alleen wanneer er op lange termijn voldoende ruimte beschikbaar blijft. De gele atlasceder groeit uit tot een omvangrijke boom met een breed piramidale kroon en ruim uitstaande takken. Hij past daardoor beter in een grote tuin of park dan in een kleine stadstuin. Regelmatig snoeien om de boom kunstmatig klein te houden tast de natuurlijke vorm aan en is geen goede oplossing voor een te krappe standplaats.
De gele atlasceder groeit op verschillende grondsoorten, zolang overtollig water voldoende kan wegzakken. Een goed doorlatende bodem is belangrijker dan een uitgesproken zure of kalkrijke reactie. Een ingewortelde boom verdraagt drogere periodes, maar jonge aanplant krijgt tijdens langdurige droogte best extra water. Vermijd plaatsen waar de grond in de winter langdurig nat blijft.
Gewoonlijk niet. De boom ontwikkelt van nature een opgaande, breed piramidale kroon. Behoud de centrale topscheut en beperk snoei tot beschadigde, kruisende of slecht geplaatste takken. Houd bij het planten meteen rekening met de volwassen kroonbreedte. Zo hoeft later geen zware correctiesnoei uitgevoerd te worden en blijft de kenmerkende groeiwijze behouden.